Zoeken in deze blog

Translate

dinsdag 31 december 2013

In bed met David Cameron

Het is en blijft een bijzondere foto en daarom alsnog de moeite waard om op terug te komen, zeker vanwege de latere gebeurtenissen.

Summary
The British prime minister David Cameron took centre stage in the world of social media on at least two occasions during 2013. This resulted in some remarkable photographic images, but without their proper contextual information bereft of any meaning.

Enscenering


Een man ligt onder een hemelbed uit te rusten met een rode koffer aan zijn voeten. Voor het bed zit een aantrekkelijke, en schaarsgeklede, dame met een glas champagne in haar hand. De foto heeft vanwege de enscenering een ontegenzeggelijke seksuele lading. Het enige merkwaardige is alleen die vreemde rode koffer op bed die ook nog eens duidelijk in de weg ligt voor een eventueel gezellig samenzijn.

Personages


Wie of wat zien wij hier eigenlijk? Allereerst: het is geen selfie, ook al lijkt dit ogenschijnlijk wel het geval.
De foto is genomen door Emily Sheffield en toont haar zuster Alice prominent in beeld op haar huwelijksdag. De kamer is de bruidssuite van een hotel (maar weinig mensen hebben tenslotte een hemelbed in huis staan). De fraaie donkerrood gelakte nagels en rode lippenstift laten zien dat er voor de kaptafel aan de make-up wordt gewerkt.



Mystery guest


De beide zussen Sheffield hebben nog een oudere stiefzuster, Samantha (1971) geheten. En zij is op haar beurt de vrouw van de Britse premier. Op het bed (of eronder) ligt dus niemand minder dan de Britse premier te slapen met, inderdaad, 'a ministerial red box' aan zijn - blote - voeten.
Deze intieme familiefoto toont daarmee tevens de welhaast spreekwoordelijke onafscheidelijkheid van een Britse minister met zijn departementale correspondentie, waar hij mee opstaat en meer dan eens ook mee naar bed gaat. Volgens de Huffington Post had de premier dan ook 'a cosy cuddle with his big red box.' Wie goed kijkt, ziet dat er zelfs nog een document bovenop de koffer ligt.

G-20


De achtergrond van het verhaal is enerzijds de trouwerij van Emily Sheffield met Etienne Cadestin te Sutton-on-the-Forrest bij York op 7 september 2013. Maar anderzijds betreft het tevens de terugkeer van David Cameron na de G-20 top in St. Petersburg.
Eerder op de dag nog had Cameron notabene dezelfde ministeriële koffer, die ten alle tijden geacht wordt 'top secret documents' te bevatten, in de trein laten staan: een regelrechte doodzonde. Hij was even naar het buffet gelopen en had de koffer, met de sleutel erin, achtergelaten in het treincompartiment. Een mede-passagier was zo bedachtzaam om hier een foto van te maken. Volgens Scotland Yard was er niets ernstigs aan de hand; iemand van de bewakingsdienst hield voortdurend een oogje in het zeil.

Bron: Daily Mirror.

'Red boxes' 


De premier heeft overigens voor alle duidelijkheid meerdere 'red boxes': ze zijn aan de buitenkant (linkonder) genummerd en verder ook van departementale initialen voorzien. De gebruikte staat ervan vormt minstens zoveel onderdeel van de folklore.

Een medewerker van de premier draagt koffer nr. 1.

Cameron in de trein met koffer nr. 3.

Social Media


Eenmaal in het hotel aangekomen na zijn treinrit naar York besloot de premier een uiltje te knappen in de bruidssuite. Cameron staat bekend om zijn 'power naps' in de middag. De werkdag van de premier begint meestal om zes uur 's morgens.
Emily Sheffield, assistent-hoofdredacteur van de Britse Vogue, plaatste de foto vervolgens ten behoeve van familie en vrienden op Instagram. Ten tijde van plaatsing van het bericht had zij slechts 8 volgers. Zij dacht de foto alleen voor hen te plaatsen: in plaats daarvan werd dit beeld via de social media (Twitter en Instagram) duizenden malen 'geliket' en nog veel vaker bekeken. Behalve dat zij vergat de foto te verwijderen na plaatsing, had zij ook nog eens niet door dat deze tussentijds door iedereen kon worden gezien.
Het werd zodoende 'an awkward family photo', die na twee weken online alsnog van haar account werd verwijderd nadat zij het boetekleed aantrok ('I am an idiot').

Afscheidsconcert Mandela


De Britse premier zou enkele maanden later nogmaals het nieuws halen vanwege een andere opmerkelijke foto. Ditmaal betrof het een selfie (inmiddels beter bekend als de selfie van het jaar 2013) van de Deense premier Helle Thorning Schmidt samen met president Obama en premier Cameron gedurende de afscheidsceremonie voor Nelson Mandela op 10 december in het stadion te Soweto.


De Deense premier, wier naam tot dat toe internationaal gezien weinig had geklonken, staat in de Britse pers overigens met name bekend als de vrouw van de zoon van voormalig Labour-leider Neil Kinnock. Of in sommige kringen als 'Gucci Diva' vanwege haar niet onbesproken modieus gedrag.
Deze selfie werd vrijwel direct beschouwd als het ultieme bewijs van de trivialisering van het nieuws waarbij wereldleiders meer met elkaar bezig lijken te zijn dan met belangrijke gebeurtenissen. Ook Cameron moest zich in het parlement verdedigen voor zijn (bij)rol.
De maker van de foto, Roberto Schmidt, blogde later zelf dat zijn foto van de selfie een ongelukkige momentopname betrof; zo zou Michelle helemaal niet boos zijn geweest: zij had zojuist zelfs nog gelachen.
Hoe dan ook: eens te meer bewijs, dat foto's zelden lijken wat ze zijn. Het zijn in de eerste plaats verleidelijke plaatjes, maar zonder de juiste context of metadata qua betekenis vrij inhoudsloos.


Gerelateerde blogs:
Pas getrouwd? De relatie Cameron en Rutte verbeeld
Traditie Prinsjesdag: het koffertje
9/11 in fotografische context





maandag 30 december 2013

De grootste boekendief (en boekenroof) ooit

Enkele weken terug werd de grootste boekenroof ooit (of in elk geval van de afgelopen twee eeuwen) geopenbaard: een uitvoerige reconstructie.

Summary
In the past two years a shocking tale of booktheft on an unprecedented scale in modern times from a prestigious library in Naples has been slowly unraveled. Although largely rooted in the political corruption of Italy, it also throws new light on an industry where provenance is a shady subject amongst book collectors and dealers.

Klokkenluider


De rol van klokkenluider of 'gouden tipgever' in het verhaal is weggelegd voor de kunsthistoricus professor Tomaso Montanari, die vooral onderzoek doet naar het werk van Michelangelo.

‘Het begon met een mailtje dat een bevriende collega uit Venetië mij stuurde op 25 maart 2012’, vertelt Tomaso Montanari, aan de telefoon. ‘Filippomaria Pontani, een docent klassieke filologie, had de Girolamini-bibliotheek in Napels bezocht om er een waardevolle codex uit de vijftiende eeuw te bestuderen.
In zijn mail beschreef hij de erbarmelijke toestand waarin hij die waardevolle bibliotheek had aangetroffen. Maar nog veel erger dan de wanorde was dat twee bibliothecarissen hem hadden toevertrouwd dat hun directeur, Marino Massimo De Caro, die bibliotheek aan het leegplunderen was.’

Vervolgens regelde Montanari een eigen bezoek met een student. Hij was geschokt door wat hij vond. Er liep onder meer een Duitse herder met vleesbot door de gangen; stapels boeken lagen her en der verspreid: op de vloer, op trappen en op tafels. Verder lag er afval op de vloer. Buiten het zicht van de bewakingscamera's vertelde een medewerker hem dat de directeur bezig was de bibliotheek leeg te roven.

Chaos in de Girolamini bibliotheek. Bron: BBC.

Directeur 


Die directeur was Marino Massimo De Caro (40) wiens aanstelling op 15 december 2011 op last van het ministerie van Cultuur was geschied nadat hij er al een half jaar als consultant opereerde. Desondanks had hij geen academische kwalificaties; er was vooral sprake van een politieke aanstelling. Zo werd onder meer de regel dat er alleen een priester aan het hoofd mocht worden gesteld van de bibliotheek gepasseerd.

Volgens oud-minister Giancarlo Galan werd De Caro hem aanbevolen door oud-senator Marcello dell'Utri, in wiens boekenkast gestolen werken stonden van onder anderen Tommaso d'Aquino en Thomas More. Dell'Utri, jarenlang de rechterhand van oud-premier Silvio Berlusconi en onlangs veroordeeld voor banden met de maffia, heeft ze inmiddels teruggegeven.
Al voor zijn aanstelling als directeur haalde De Caro als adviseur van de minister van Landbouw twintig werken uit de bibliotheek van het ministerie. Toen hij deze minister volgde naar het ministerie van Cultuur, zette hij zijn jonge Oekraïense assistente in om de paters van de kloosterbibliotheek van Montecassino af te leiden, terwijl hij een stuk of wat klassiekers van de planken griste. Tussen de buit zaten werken met een geschatte marktwaarde van 200 duizend euro, van onder anderen Galilei, Aristoteles en Dante.

Priester conservator Don Marsano (links) en directeur Massimo De Caro (rechts).

Girolamini


De Girolamini bibliotheek of Bibliotheca dei Gerolamini geldt als een van de mooiste barokke bibliotheken van Napels en is een van de belangrijkste (en oudste) bibliotheken van het land. Het is een van 46 antieke bibliotheken in Italië die door de overheid worden beheerd.
De bibliotheek is tevens de oudste van de stad Napels: opgericht in 1586, met een collectie van ruim 150.000 boeken, waaronder 5.000 zeldzame exemplaren uit de 16e eeuw en 120 unieke incunabili uit de 15e eeuw. Zij kent vier prachtige, achttiende-eeuwse zalen.

Een van de zalen van de Girolamini bibliotheek.

De bibliotheek is gevestigd op het complex van de Girolamini dei Gerolamini, met kerk en klooster, tegenover de basilica van de stad. Hoewel gebouwd als oratorium voor het klooster, was zij tevens open voor het publiek en daarmee een van de vroegste voorbeelden in Italië van een bibliotheek als openbare instelling.

Erfgoed


Zoals algemeen bekend, kent Italië op het gebied van erfgoed een luxeprobleem: een unieke mix rijk aan kunst, cultuur en geschiedenis. Rapporten over verwaarlozing van het nationale culturele erfgoed (tot hele steden aan toe zoals Pompeï) circuleren dan ook al jaren, mede vanwege de beperkte budgetten.
Inspecteurs van het ministerie van Cultuur hadden bovendien geringe toezicht op deze nationale bibliotheek vanwege de behuizing op religieus terrein, met wie de verantwoordelijkheid werd gedeeld. Daarnaast was er al een langer proces van verwaarlozing gaande; de bibliotheek was al enige tijd gesloten. Geschat wordt dat slechts de helft van de boeken uberhaupt gecatalogiseerd was.

Werkwijze


De nieuwe bibliotheekdirecteur ging vervolgens zeer gewiekst te werk. Allereerst vernietigde hij de index of catalogus van de bibliotheek. Hiermee kon de herkomst van de boeken deels worden gewist. Tevens werden de stempels of zegels uit de boeken zelf weggesneden, soms zelfs de hele band verwijderd. Dit gebeurde in het atelier van een restaurateur of conservator in Rome.

Stempel Girolamini op een notenbalk van een muziekblad. Bron: Wikipedia.


Een boek waar het zegel later uit is geknipt. Bron: BBC.

Duizenden zeldzame antieke boeken konden op deze wijze systematisch worden ontvreemd. Een en ander gebeurde overwegend in de avonduren als de bewakingscamera's werden uitgezet. 

Onderzoek


Montanari schreef aan de hand van zijn eerste bevindingen in maart 2012 een klein artikel in de krant Il Fatto Quotidiano, waarin hij het wanbeheer van de directeur hekelde. Nog diezelfde dag kreeg hij een telefoontje van De Caro die hem bedreigde.
Begin april 2012 onthulde de bibliotheekdirecteur zelf dat er meer dan 1.500 boeken uit de collectie werden vermist, waarvan hij ook aangifte deed. Dit bericht diende vermoedelijk als rookgordijn voor zijn illegale activiteiten.
Bezorgde cultuurliefhebbers waren inmiddels een petitie begonnen om hem uit zijn functie te laten verheffen na ook andere meldingen door leden van de congregatie van San Filippo Neri van ontvreemding der collectie. Hoe was het mogelijk dat in een land met zo veel gekwalificeerd en werkloos personeel iemand zonder kwalificaties leiding kon geven aan zo'n beroemde instelling, zo luidde de boodschap?
De Caro werd vervolgens gearresteerd waarna het politieonderzoek in gang kon worden gezet. In een opslagruimte van de directeur in zijn woonplaats Verona werden op 18 mei 2012 meer dan duizend boeken gevonden. Tevens werden er verkoopbewijzen voor andere boeken aangetroffen. Twee bibliothecarissen (een broer en een zus) overhandigden camerabeelden van het verwijderen van dozen met boeken uit de bibliotheek.

C.V.

Gedurende zijn arrestatie gaf de directeur als belangrijkste argument voor verkoop van sommige werken aan dat dit geld noodzakelijk was voor reparaties aan de gehele bibliotheek. In een eerste proces werd de directeur in maart 2013 veroordeeld tot zeven jaar gevangenisstraf wegens diefstal. Die mag hij overigens in de vorm van huisarrest thuis uitzitten vanwege zijn bekentenis en medewerking aan het onderzoek. Verder mag hij nooit meer een publieke functie bekleden. 
De Caro bleek bij nader inzien een nogal kleurrijk (zakelijk) verleden te hebben, waaronder ook eentje als gewezen boekhandelaar. De nieuwe directeur genoot daarom al een zekere faam binnen deze kringen. Ook werd hij verdacht van het aannemen van steekpenningen.
Volgens eigen zeggen was De Caro prins (nazaat van de bekende Lampedusa's), doctor en professor, titels waar hij ook graag mee pronkte. Maar bij nader inzien konden geen van deze drie claims met gedocumenteerde feiten worden gestaafd. 

Handel


Daarmee stopte het onderzoek niet: dat breidde zich ondertussen alleen maar uit, naarmate men de reikwijdte van de diefstal op het spoor kwam. Uit de verklaringen van De Caro was namelijk gebleken dat hij niet alleen werkte; hij ontkende eveneens alle boeken te hebben gestolen. Andere verdachten werden daarom geschaduwd en afgeluisterd, waardoor het criminele netwerk steeds beter in kaart kon worden gebracht..
Ontdaan van hun bewijs van herkomst werden de boeken hoofdzakelijk op de internationale markt aangeboden aan boekhandelaren en particuliere verzamelaars. Inmiddels was in de zomer van 2012 internationaal, onder meer via eBay, ruchtbaarheid aan de diefstal gegeven. Men was aldus gewaarschuwd voor mogelijke dubieuze herkomst van antieke boeken uit de periode van de 15e-17e eeuw.

Netwerk

Economisch gewin gold als belangrijkste motief voor de verdachten: bij elkaar gaat het om een miljoenenzwendel. In de antiquarische boekhandel gaan grote bedragen om, variërend van honderden tot vele tienduizenden euro's per stuk.
Een van de nieuwe sporen leidde naar Duitsland. Hier werd in de loop van 2013 de Duitse boekhandelaar Herbert Schauer gearresteerd die 543 boeken uit verschillende Italiaanse bibliotheken in zijn magazijn had liggen. Schauer is sinds 2007 eigenaar van veilinghuis Zisska & Schauer. Voor deze partij boeken betaalde hij op voorhand 1 miljoen euro, nog voordat de boeken zouden worden geveild; dit zegt tevens iets over de verwachte opbrengst.

Tussen de dertien andere verdachten zit de 38-jarige priester Sandro Marsano, die zeker 60 duizend euro opstreek. Als conservator van de bibliotheek schakelde de priester een paar dagen na De Caro's aanstelling in juni 2011 het beveiligingsalarm uit. De aflevering van dozen vol boeken kon nog diezelfde maand beginnen.

De Caro staat eind 2013 met zijn mede-verdachten opnieuw voor de rechter in Napels, ditmaal wegens criminele samenzwering.

Vervalsingen 

Behalve heling van antieke originele exemplaren, werden er tevens vervalsingen in omloop gebracht zo is inmiddels gebleken.

Tijdens een bezoek aan de Nationale Bibliotheek van Italië, zo vertelde De Caro tijdens een verhoor, verwisselde hij de eerste editie van Galileo Galilei's Sidereus Nuncius voor een namaakexemplaar. Het boek dat er nu staat is dus nep. Waar het vandaan komt is onbekend, net als wie het maakte en het aantal andere valse boeken dat circuleert.

Galileo's Siderius Nuncius Magna (1610). Bron: SSPL/reporters.

Deze vervalsingen werden in Argentinie gemaakt (drie van de verdachten zijn Argentijns).

Huzarenstukje


De Caro's vervalsing van werken van Galileo geldt mogelijk als zijn huzarenstukje. Een van de weinige wapenfeiten uit zijn leven is namelijk dat hij een tweedelige studie over Galileo Galilei heeft geschreven. Met deze voorkennis lijkt hij vervolgens op eigenzinnige (en creatieve) wijze aan de slag te zijn gegaan.
In 2005 probeerde hij reeds een kopie van dit werk in de Verenigde Staten te verkopen. Door het opduiken van andere kopieen van ditzelfde boek plus kopieen van andere werken van Galileo konden de vervalsing alsnog worden aangetoond door Nick Wilding, nadat een eerdere Duitse studie de authenticiteit van het boek (met name op uiterlijke kenmerken) had onderstreept.
Het namaken van een heel antiek boek is een bijzonder gecompliceerd proces dat alleen door recente technische ontwikkelingen mogelijk is. Zowel onderzoekers als vervalsers maken hierbij in gelijke mate gebruik van digitalisering, waardoor oude teksten in hun geheel wereldwijd gemakkelijker beschikbaar zijn geworden.

Opsporing


Ondanks de schokkende aard en omvang van de roof, met zijn veronachtzaming voor cultureel erfgoed (waarvan de totale schade volgens een rapport van het ministerie van Cultuur geschat wordt op 20 miljoen euro), schat de politie o.l.v. majoor Antonio Coppola dat inmiddels 80% van de verdwenen boeken uit de Girolamini bibliotheek is opgespoord - een opmerkelijk hoog percentage en uiteraard zeer goed nieuws.
En is er goede hoop dat het merendeel van de overige boeken uiteindelijk binnen enkele jaren alsnog zal worden geretourneerd, zelfs al ontbreekt het totale overzicht. Handel in (gestolen) cultureel erfgoed is vaak schimmig van aard en komt pas na verloop van tijd boven water.
Er zijn tevens plannen om de bibliotheek weer in ere te herstellen. Desondanks is de roof exemplarisch voor de algemene verwaarloosde staat van Italië's bibliotheken volgens een woordvoerder, die onderaan de lijst met prioriteiten staan.
De zaak wordt nu al vergeleken met de grootste boekendief van de 19e eeuw: de Italiaanse aristocraat Guglielmo Libri. Die was zo erudiet dat hij in sommige hoeken nog altijd verdedigd wordt.


Gerelateerde blogs:
Het bizarre leven van archiefdief Barry Landau
Het duurste document (ooit)


Bronnen:
http://www.bbc.co.uk/news/magazine-25403595
http://www.volkskrant.nl/vk/nl/2668/Buitenland/article/detail/3554934/2013/12/02/Bibliotheekbaas-ontpopt-zich-als-spin-in-web-van-boekendieven.dhtml
http://www.standaard.be/cnt/dmf20131202_00868444
http://informatisubito.myblog.it/2012/04/19/girolamini-sequestrata-la-biblioteca-il-direttore-de-caro-in/
http://community.ebay.com/t5/Booksellers/The-Girolamini-Library-Thefts-a-message-from-ILAB-President/td-p/2680189
http://www.nytimes.com/2013/11/30/books/unraveling-huge-thefts-from-girolamini-library-in-naples.html
http://www.nytimes.com/2012/08/12/world/europe/naples-librarys-plunder-highlights-entrenched-dealings.html?pagewanted=all
http://www.nytimes.com/2013/12/23/books/book-theft-in-italy-with-a-hint-of-politics.html?src=recg
http://www.theguardian.com/world/2013/jan/30/italy-fears-vanifhing-heritage-sacking-historic-library
http://www.telegraph.co.uk/news/worldnews/europe/italy/9596240/Italian-library-director-accused-of-stealing-works-by-Galileo-and-other-books.html
http://homer.gsu.edu/blogs/library/2012/09/26/gsu-faculty-member-uncovers-fake-book-sold-by-corrupt-library-director/
http://www.lagazzettadelmezzogiorno.it/english/german-auction-house-owner-nabbed-in-girolamini-library-case-no648186/
http://www.corriere.it/english/12_aprile_17/girolamini_506eea66-8884-11e1-989c-fd70877d52ac.shtml
http://www.petizionepubblica.it/?pi=Gerolami
http://www.nytimes.com/2013/03/22/arts/design/show-puts-count-guglielmo-libri-in-an-unflattering-light.html http://www.verloren.nl/boeken/2086/231/891/historische/the-life-and-times-of-guglielmo-libri-1802-1869


maandag 2 december 2013

Celebrating 200 years of Dutch monarchy

This week the celebrations have begun commemorating 200 years of the Netherlands as an independent Kingdom (1813) or monarchy. Historical inaccuracies and myths still abound about the establishment and foundations of the Netherlands in the early part of the 19th century.

Introduction
There is very little material in English on the history of the Dutch monarchy, especially showing more recent developments put in a wider historical context. This essay provides a brief overview for foreign students of Dutch history.


1806-1810


The Dutch notably had already been a kingdom during the preceding years 1806-1810. After the Dutch nation was captured by the French in 1795, the first experiments in democracy (1795-1806) more or less following the French revolutionary model proved to be rather shortlived and were finally replaced by direct French rule.
From 1806 Louis Bonaparte (a brother of the French emperor) was put on the throne of the so-called Kingdom of Holland. In the following years he became liked and respected by the Dutch people. More and more historians nowadays tend to agree that this short period of foreign rule actually proved to be quite beneficial to the Dutch people. For instance, most of the foundations of the new state and society (important institutions, regulations and laws) were laid during this period. This institutional framework proved to be very important in providing continuity.

1813


The re-instatement of the royal family of Nassau-Orange, after their initial flight in 1795 to Great Britain and subsequent exile in Germany, was mostly brought on as the result of international diplomacy in the years 1813-1815. A new biography by John Dew of one of the key players in all of this, Lord Castlereagh, has gone all but unnoticed in the Netherlands (demonstrating the increasing isolation of Dutch historiography from the wider European context).
However Dutch historian Beatrice de Graaf has recently uncovered documents showing several ways the new Dutch king William I (Willem I) has himself tried to influence matters abroad during this crucial period of formation of the kingdom, especially through an agent (baron Von Gagern) in Vienna where most of the diplomatic negotiations took place - the Congress of Vienna - after the fall of Napoleon. The Kingdom of the Netherlands, principally created as a buffer state against any possible future aggression of France, was thus doubled in size (with the addition of present-day Belgium) largely through the efforts of the new king.
Remarkably, there was also a strong continuation of politicians and the nobility throughout the different regimes since 1795. The Dutch regents (or politicians) proved very hard to unseat and the patriciate therefore underwent few changes between 1795-1813. Most recently they have been compared by Matthijs Lok to 'weather vanes', blowing in whatever direction.

Scheveningen




The first official event of the commemorations was a re-enactment yesterday of the landing on the beach at Scheveningen of crownprince Willem Frederik on 30th November 1813, played by a well-known Dutch actor. The landing has been re-enacted by a local society every quarter of a century since.
The actual landing in 1813 though took place at night which make claims like 'the whole of Scheveningen turned out for the event' hardly credible. This historical inaccuracy also makes every contemporary (and later depiction) of the event rather fanciful.

Coll. Haags Historisch Museum.

Royal family


The formation of the Kingdom during the course of the 19th century was very much the work of three successive kings: William I (1813-1840), William II (1840-1849), and William III (1849-1890).
To underline this important fact, a set of new biographies of these rulers has been commissioned and worked upon during the past four years. They were presented on Friday 29th November.
Its authors were given unprecedented access to the private archives of the royal Dutch family. Although truly academic studies, the biographies have been marketed as especially 'revealing'. The biographies are also presented to the general public through an accompanying television series.


Perhaps in tune with more modern times, much has been made in the press of their extra-marital affairs. William I was rather authoritarian but also an enormous workaholic, despite having a second family; William II was blackmailed through his homosexuality into finally accepting a liberal democracy in 1848, and William III was at best a reluctant ruler.

National Committee


The festivities surrounding the bicenteneray are the brainchild of a national committee. This oddly enough exists mainly of politicians and celebrities, with only one historian on board: Henk te Velde. They have chosen five democratic themes or achievements 'to take stock of our past, present and future':

  • personal liberty
  • governmental stability and the rule of law
  • international orientation
  • active citizenship
  • unity through diversity

These themes will form the backbone of six festivities or national events during 2013-2015, some of them more cultural in origin (concerts etc.).
A very useful website describing the events of 1813-1815, with direct access to a number of contemporary sources, has also been put up.

Constitution


Traditionally, the Orange-Nassau family have been associated with liberty in the Netherlands but through the new Constitution of 1814 they more or less tied down the liberties of the Dutch people.
Henk te Velde underlines the real importance of this new constitution, the second oldest in the world after the U.S. constitution (1776). He especially stresses the way in which William I tried to build a nation, which was mainly embodied by the king himself whose responsibilites took up the majority of the articles of the new constitution (but was later toned down).
But even in the Netherlands older constitutions do exist: between 1796-1806 no fewer than four constitutions were drafted and introduced. Thus the events of 1813-1815 were more reactionary then revolutionary in characterization.

Symbol of unity


The absence of historians on the committee, who are anyway rather confused about the true legacy of 200 years of Dutch monarchy (liberty? national independence?), is perhaps best explained by the fact the Dutch nation at present is only bound together through the popularity of its monarchy. History has been rather unkind to all the other symbols of nationalism introduced in the 19th century.
Almost by default the monarchy thus has become the sole symbol of national unity. This only came about however later in the 20th century through a succession of female monarchs with very differing styles. The earlier 19th century monarchs were rather more divisive in nature.

Upholding traditions


Much was made earlier this year of the new king William-Alexander of the continuation of the Dutch monarchy through the use of the hermeline-lined cloak worn by all the kings and queens since 1815. However, it has recently come to light that in actual fact a new cloak was prepared for the inauguration of Juliana in 1948. And what's more: the bills were left unpaid.

Bill of 1948 for alteration of the royal cloak.

Taken together with other symbolic novelties introduced during the time of the inauguration, there is real evidence the Dutch monarchy has become less concerned with historical precedents in providing a role model for upholding tradition.
Instead, the new order of the day seems to be style over substance in a bid for ever more popularity. This is nowhere better represented than in the increasing impotance given to the fashion statements of queen Máxima. The gradual loss of any real constitutional or political role over the past two centuries is the main reason behind all of this.

Modernization


The new king himself meanwhile seems to prefer a loser style of governing. In Belgium for instance the new king Filip has taken up his old prerogative of granting a royal pardon; it seems highly unlikely this will ever happen again in the Netherlands.


Just one day after its presentation last week, it was revealed the new poststamp depicting the king features a British instead of a Dutch crown by way of stylization. Instead of being a mistake, the designers said they did this on purpose. It is unknown whether palace officials were in anyway consulted on this matter.

Foto ANP.
It is yet another sign the Dutch monarchy is discarding or changing old symbols in the way it likes to represent itself to the people.

L. Aletrino, Drie Koningen van Nederland (Amsterdam 1959).


woensdag 27 november 2013

De Kennedy's en openbaarheid: de autopsie (2)

De opeenvolgende officiële onderzoeken naar de moord op president Kennedy ondersteunden elkaar telkens op hoofdlijnen en volgden de oorspronkelijke bevindingen van de Warren commissie. Maar onderhuids onstonden tevens de eerste scheuren en barsten in deze facade.

ARRB


Zoals eerder uitgelegd, kwam de Amerikaanse regering in de jaren negentig tot een inventarisatie van al het bestaande feitenmateriaal, bewaard namens de overheid, rond de moord op Kennedy. De voorman van deze Assassination Records Review Board, Jeremy Gunn, heeft sindsdien gezegd dat hij met al dat vrijgekomen materiaal liever Oswald zou willen verdedigen dan vervolgen.
Merkwaardig genoeg, waarschijnlijk omdat het hier hoofdzakelijk administratief werk van archivarissen betreft, hebben historici en de media maar weinig meegekregen van hun belangrijke bevindingen in de jaren negentig van de vorige eeuw. Ook nu bij de herdenking vijftig jaar later wordt Oswald maar al te gretig als de moordenaar gepresenteerd.
Het sinds 1992 vrijgekomen documentaire bewijs vertelt in toenemende mate dan ook een ander verhaal: het toenmalige bewijs klopt niet, terwijl andersoortig bewijs stelselmatig is genegeerd. Cruciaal daarbij is de zogeheten 'chain of custody', oftewel de paper trail: de documentaire neerslag of weergave van de gebeurtenissen. Met de kennis van achteraf is op dit punt een onhoudbare situatie ontstaan.


Autopsie


De uiteindelijke conclusies op het punt van de autopsie zijn, op zijn zachtst gezegd, onthutsend te noemen. 'According to Horne (chief analyst military records), the ARRB's work showed that:

(1) The autopsy report in evidence today, Warren Commission Exhibit 387, is the third version prepared of that report; it is not the sole version, as was claimed for years by those who wrote it and signed it.

(2) The brain photographs in the National Archives that are purported to be photographs of President Kennedy’s brain are not what they are represented to be; they are not pictures of his brain, but rather are photographs of someone else’s brain. Normally, in cases of death due to injury to the brain, the brain is examined one or two weeks following the autopsy on the body, and photographs are taken of the pattern of damage. Following President Kennedy’s autopsy, there were two subsequent brain examinations, not one: the first examination was of the President’s brain, and those photographs were never introduced into the official record; the second examination was of a fraudulent specimen, whose photographs were subsequently introduced into the official record. The pattern of damage displayed in these ‘official’ brain photographs has nothing whatsoever to do with the assassination in Dallas, and in fact was undoubtedly used to shore up the official conclusion that President Kennedy was killed by a shot from above and behind.

(3) There is something seriously wrong with the autopsy photographs of the body of President Kennedy. It definitely is President Kennedy in the photographs, but the images showing the damage to the President’s head do not show the pattern of damage observed by either the medical professionals at Parkland hospital in Dallas, or by numerous witnesses at the military autopsy at Bethesda Naval hospital. These disparities are real and are significant, but the reasons remain unclear.

Documenten


Twee dagen na de autopsie besloot patholoog James Joseph Humes de minuut, waar hij thuis mee aan het werk was, te verbranden tegelijk met al zijn oorspronkelijke aantekeningen. Hij deed dit naar eigen zeggen omdat de papieren besmeurd waren met bloed: uit een bepaalde vorm van piëteit dus. Vermoedelijk deed hij hetzelfde met de aantekeningen van collega Finck, die zijn aantekeningen binnen een week al niet meer kon vinden.
Maar dit is niet de standaard werkwijze bij een autopsie, waar men tenslotte wel wat gewend is. Aldus zijn er slechts drie sets van originele, handgeschreven aantekeningen bewaard gebleven waarvan twee (van Humes) geschreven op de dag erna. De derde is een contemporaine, bebloede versie: 'Boswells's face-sheet'. En het in het archief bewaarde autopsierapport is pas de derde versie: van de voorgaande twee versies bestaan geen concepten of minuten meer.

Boswell's face sheet (met bloedvlekken).

Daarnaast zijn de foto's van het brein van de president niet van diens brein maar van die van iemand anders. De originele foto's van het brein zijn er niet (meer) of hebben nooit bestaan. Vervolgens zijn er vervalsingen aan het dossier toegevoegd. Dit heet inmiddels ook wel de 'two brain theory'.
En tot slot: de - bewaarde - autopsiefoto's ondersteunen niet de bevindingen van de toenmalige medici en getuigen. Bovendien herkent fotograaf John Stringer zijn eigen foto's niet daarin. De bewaarde foto's werden daarnaast met een andere (marine)camera genomen en op ander papier gedrukt dan destijds in omloop was. Kortom: met deze bewaarde foto's is, zogezegd, flink gedokterd.

Administratieve chaos?


Met andere woorden: de meest cruciale documenten kunnen qua authenticiteit niet langer worden vertrouwd. Dat is nogal wat. Terwijl die authenticiteit nou juist decennialang het uitgangspunt was van alle onderzoeken.
Als archivaris (die het hier beslist wint van de historicus) moet je dan toch echt op je hoofd gaan krabben, zelfs al geloof je tot nog toe in geen enkele samenzweringstheorie: hier is iets van begin af aan serieus verkeerd gegaan. Met als logische vervolgvraag: waarom of, beter gezegd, met welke bedoeling?

Dallas Police Homicide Report voor president Kennedy.

Dat er in de chaos van het moment het een en ander op die dag zelf (en of volgende dagen) misgaat valt nog wel te begrijpen. Maar deze aaneenrijging van documentaire fraude is op zichzelf genomen onverklaarbaar. Waarom krijgen we namens de regering documenten te zien die niet zijn wat ze beweren te zijn? En waarom zijn er decennialang allerlei onjuiste verklaringen op dit punt afgegeven, behalve dan om de gepresenteerde 'waarheid' te ondersteunen en een andere waarheid te verhullen?

Welke samenzweringstheorie?

Keuze genoeg ...

De vrijgave van documenten sinds 1992 heeft er in elk geval toe geleid dat meer wilde theorieën als zou het lichaam van de president bijvoorbeeld onderschept zijn en veranderd (in lijn met de autopsie) weerlegd kunnen worden. Dat is pure winst en toont tevens het grote belang van het werk van de ARRB.
Maar in de tussentijd zijn er ook plots bekend geworden om Kennedy te vermoorden in Chicago enkele weken voor de aanslag in Dallas (in wat een kopie-moord had kunnen zijn) en mogelijk ook in Parijs in 1961, samen met De Gaulle (die in de jaren zestig een reeks van aanslagen overleefde).
De ontvangst in Dallas werd vantevoren als vijandig omschreven. Kennedy grapte zelf in Fort Worth over een mogelijke moordaanslag. De vice-president werd schielings uit het ziekenhuis vervoerd nadat Kennedy's dood was vastgesteld, bang als hij was voor een samenzwering. En in het vliegtuig terug uit Dallas, maakte de secretaresse van Kennedy alvast een lijstje met verdachten.
Zo onwaarschijnlijk is een samenzwering, in eerste instantie toch een onaantrekkelijke gedachte voor de twijfelaars onder ons, dus nu ook weer niet. En eventuele morele verontwaardiging moeten we daarbij eveneens loslaten. Historici, die op dit punt overwegend in een ontkennende reflex schieten, dienen deze optie serieus te (her)overwegen nadat zij decennialang vooral het terrein is geweest van grotendeels amateurs simpelweg omdat de documentaire weergave van belangrijke bewijsstukken niet langer betrouwbaar is (dankzij wederom het werk van de ARRB).

Woord versus beeld (of geluid)


Daar komt ook nog iets anders bij. De medisch specialisten van toen, wier getuigenissen destijds grotendeels zijn veronachtzaamd, weerspreken in groten getale de latere documentaire bevindingen. En het audiovisuele materiaal (foto's en filmopnamen) of beeld van die dag van de plaats van de misdaad weerspreekt dat eveneens.




Bovendien staat vrijwel vast dat met het beeldmateriaal, naar de stand van zaken van de toenmalige techniek, weinig of niets is gedaan c.q. veranderd. Het beeldmateriaal genomen door tal van amateurs versterkt elkaar juist alleen maar, daar waar de documenten vooral tegenstrijdig zijn.
Bandopnamen laten tevens drie schoten horen. En volgens de getroffen gouverneur Connally, die voor Kennedy in de auto zat, kwamen de schoten van meerdere kanten. Bijzondere akoestische effecten kunnen hier overigens niet worden uitgesloten.

Counter-factual history


Zo zijn de diverse soorten bronnen - het geschreven woord en het beeld - ongemakkelijke bedpartners geworden in deze moordzaak en is het gesproken woord (of 'oral history') te vaak genegeerd of in ieder geval onvoldoende op waarde geschat. In de woorden van een echte expert (Josiah Thompson): 'it's a real mess.'

De presidentiële Lincoln, met dak (de zogeheten 'bubble top').

Was het maar niet gestopt met regenen die ochtend, kun je eigenlijk alleen maar verzuchten, want dan zou de presidentiële Lincoln (hoewel ongepantserd) met zijn befaamde 'bubble top' zijn uitgerust. Maar dat is 'what if history': wat zou er gebeurd zijn als? Conceptueel gezien kunnen de verschillen wellicht nog worden beschouwd als het bestaan van meerdere waarheden naast elkaar (als A waar is, kan B dan ook waar zijn?). Is er een oplossing?
Van de 40.000 boeken of artikelen over deze moordzaak en de vele miljoenen pagina's aan documenten heb ik er maar zeer weinig gelezen. Maar hoe meer ik erover lees, hoe meer ik op dit terrein de mogelijkheden van 'counter-factual history' zie. Hierbij wordt vanuit een andere hypothese dan de geaccepteerde versie het bijbehorende (feiten)materiaal vergaard.
Volgens de huidige stand van zaken zou Oswald, ook al is het alleen wegens vormfouten, dienen te worden vrijgelaten. En dan heb ik het nog niet eens over de toevallige vondst van die ene, vrijwel onbeschadigde kogel op de brancard in het ziekenhuis. Was Oswald geen dader of een van de daders: dat is in wezen de toekomstige hoofdvraag. Met als vervolgvraag: hoe zat de aard van de samenzwering precies in elkaar?
Alleen dit zal nog nieuwe inzichten naar boven kunnen brengen, al is het maar in negatieve zin; weerlegging van het Warren-rapport is namelijk inmiddels een grijsgedraaide plaat door de vrijgave van gerelateerde documenten.

Dr. McClelland


Daarom tot slot terug naar 22 november 1963. Een van de behandelend artsen in het ziekenhuis van Dallas na de moord (en een van twee nog in leven), dr. McClelland, stelt dat Kennedy's hoofdwond (een 'exit wound') ver in het achterhoofd door een schot van opzij of van voren kwam. In tegenstelling tot de pathologen, was McClelland bekend met schotwonden. In combinatie met de nekwond, betekent dit (tenminste) twee schutters.
De behandelend artsen waren bovendien in eerste instantie de mening toegedaan dat (ook) de keelwond van voren kwam. Omdat deze wond nooit goed is onderzocht, valt niet te zeggen of de kogel hier van achteren of van voren kwam. En zij plaatsen allemaal de hoofdwond veel meer naar achteren dan volgens de autopsie.
In het overheersende beeld van de eerste groep mensen (artsen) die Kennedy behandelde is voor Oswald geen plaats, terwijl in de tweede lezing (na zijn arrestatie) er alleen nog maar plaats is voor hem - waarnaar zich vervolgens het papieren spoor ook in toenemende mate richt.

Corset


Verder was McClelland bijzonder verbaasd over de 'size and thickness' van het corset, welke de doktoren aantroffen bij het wegsnijden van diens kleding in de operatiekamer. Deze zat om de borst en maag van Kennedy geklemd en moest hem helpen rechtop te blijven staan vanwege zijn rugproblemen.

Corset president Kennedy. Lot 25651, Heritage Auctions #635.

Dit corset dwong de president aldus in een rechte positie en dit zou hem mogelijk fataal zijn geworden die dag omdat hij niet in elkaar zakte na het eerste schot.
Zelf bewaart McClelland nog altijd zijn bebloede, witte overhemd van die dag als aandenken (al bracht zijn vrouw wel diens pak naar de stomerij).

Dr. Bob McClelland. Foto: Dean Hoffmeyer.


dinsdag 26 november 2013

De Kennedy's en openbaarheid: de autopsie (1)

Behalve het brein, ontbreken er ook andere belangrijke bewijsstukken inzake de moord op president Kennedy. In de komende twee blogs richt ik mij hoofdzakelijk op het documentaire spoor van de autopsie.

Autopsie


Hoewel er juridisch gezien een autopsie in Dallas plaats had moeten vinden, gebeurde dit pas na terugkeer in Washington in het Bethesda Naval Hospital. De Kennedy's wilden in de eerste plaats het lichaam zo snel mogelijk weghebben uit Dallas, zo snel zelfs dat er ruzie ontstond met de vice-president (die een tegenorder gaf om niet onmiddellijk te vertrekken). De geheime dienst op zijn beurt werkte aan het verwijderen van het lichaam mee en lokale wetsdienaren werden letterlijk opzij geschoven.
De drie pathologen waren weliswaar getraind maar geen experts op dit gebied. Bovendien werkten zij onder de presumptie dat er alleen een hoofdwond was; de nekwond werd zodoende niet nader onderzocht, een opmerkelijke omissie. De eerste schotwond in de keel was door artsen namelijk gebruikt voor een tracheotomie, waardoor de aard van deze wond later niet duidelijk was.
Wel werden nog tegen de zin van de Kennedy's diens interne organen verwijderd, die verder weinig tot geen licht wierpen op de doodsoorzaak. De organen werden ook niet gewogen, eveneens een standaardprocedure.

Kennedy's inschrijving als patiënt (2e van boven).

Warren Commissie


De autopsie-foto's (plus röntgenopnamen) werden in 1964 niet nader door de Warren-commissie onderzocht. In plaats daarvan werkte de commissie met diagrammen die tot stand kwamen zonder inzage van het fotografische bewijsmateriaal; een soort 'artist's impressions'. Indien ze dat wel hadden gedaan, dan zouden de foto's ook op enig moment moeten worden geopenbaard en dit was tegen de wensen van de Kennedy-familie.
Die had namelijk oorspronkelijk bedongen dat de verslagen van de autopsie gedurende vijf jaar niet mochten worden gepubliceerd. Eind 1965 werd bekend dat de 65 (röntgen)foto's en kleurendia's van de autopsie door de familie Kennedy aan het Nationale Archief waren overgedragen. Kennelijk had men deze achtergehouden (of overhandigd gekregen), op zich al opmerkelijk genoeg.
Het fotomateriaal mocht (waarschijnlijk niet voor het einde van de eeuw worden gepubliceerd 'omdat de familie niet wil dat dit gebeurt tijdens het leven van de weduwe, kinderen en overige in leven zijnde familieleden van de vermoord.' Wel zouden in vijf jaar tijd, met toestemming van de familie, deskundigen de foto's mogen zien; voor de regering gold dat altijd.

Informele onderzoeken


Naar aanleiding van een reeks kritische boeken mid jaren zestig en perspublicaties over de verdwijning van materiaal (waaronder röntgenfoto's van het lichaam van de president) en getuigen plus tegenwerking van de familie Kennedy werden de bevindingen van het Warren-rapport door het publiek steeds meer in twijfel getrokken. Ook was inmiddels bekend dat het meeste materiaal tot 2039 geheim zou blijven. Het Ministerie van Justitie hield daarom eerst twee interne onderzoeken.
In eerste instantie (oktober 1966) pleegde men vooral een inventarisatie van de aanwezige autopsiestukken, enkele maanden later (begin 1967) gevolgd door een nader onderzoek naar de doodsoorzaak. In beide gevallen moesten de betrokkenen bij de autopsie hun eigen documenten verifiëren.

Inventaris autopsiestukken met ondertekeningen.

Van de opgestelde inventaris bestaan twee versies: een ondertekende en een niet-ondertekende lijst. In de ondertekende lijst staat een extra passage dat er geen röntgenfoto's ontbreken, terwijl in de niet-getekende lijst nog eens drie andere namen (waaronder die van twee archivarissen) worden vermeld die later niet terugkeren. Achteraf is gebleken hoe de ondertekening feitelijk werd georkestreerd door het departement.

Inventaris autopsiestukken zonder ondertekening, maar met meer namen.

Belangrijkste, voorlopige conclusies: er ontbraken geen foto's, ondanks duidelijke aanwijzingen dat dit wel het geval was (president Johnson werd hiervan ook op de hoogte gesteld), en de autopsiestukken ondersteunden de bevindingen van de autopsie terwijl de twee elkaar op onderdelen juist tegenspreken.
Inmiddels is vast komen te staan dat zowel de drie aanwezige pathologen bij de autopsie, als de twee fotografen hebben toegegeven dat er toen belangrijke foto's (bijvoorbeeld van de borst van de president) ontbraken.

Clark Panel


Hoe zeer omgang met de bewijsstukken (en archieven) tot de kern van de zaak hoort bewijst een nieuw onderzoek in 1968 inzake de bevindingen van de autopsie. Dit rapport is vernoemd naar procureur-generaal Ramsey Clark (geb. 1927), wiens benoeming niet gespeend was van enig nepotisme; zijn vader trad in ruil af als lid van het Hooggerechtshof.
Een van de pathologen, Thornton Boswell, werd gevraagd eerst een brief aan het Ministerie van Justitie te schrijven met het verzoek om een onafhankelijk onderzoek: een klassiek opzetje dus binnen het ambtelijk apparaat. Dit werd waarschijnlijk nodig geacht om de problematische kwestie dat de autopsie nog niet vrijelijk was bestudeerd te ondervangen.

Ramsey Clark (links) met president Johnson.

Aldus geschiedde: vier, ditmaal onafhankelijke deskundigen bestudeerden het materiaal opnieuw. Hoewel zij de bestaande bevindingen grotendeels onderschreven, concludeerden zij tevens dat de fatale schot-of hoofdwond bijna tien centimer hoger lag dan volgens de autopsie: een opmerkelijk verschil, ongeveer vergelijkbaar met boven of onderaan iemands hoofd.
Nog merkwaardiger wellicht: hun rapport werd een jaar lang onder de tafel gehouden. Dit rapport kwam pas naar buiten in een andere rechtszaak (Clay Shaw Trial) in 1969, waarbij men vreesde dat originele bewijsstukken over de moord door de 'U.S. Archivist' zou moeten worden getoond in Louisiana. De bevindingen van het Clark-panel moesten dus als het ware als ersatz gelden voor 'the real thing'. Jim Garrison gaf uiteindelijk zijn juridisch gevecht tegen de regering om openbaarheid van het fotomateriaal (röntgenfoto's en autopsie) op, waarvan met de familie Kennedy was afgesproken die tot minstens 1971 geheim te houden.

George Lattimer


Vervolgens kwam dr. George K. Lattimer in januari 1972 als eerste particuliere arts met een rapport. Hij was hiertoe gevraagd door de Kennedy-familie. Zijn bevindingen waren voorpaginanieuws in de New York Times en elders.
Lattimer was gedurende 25 jaar hoofd van de faculteit voor urologie aan de hogeschool voor artsen en chirurgen in Columbia. Als arts was hij verbonden geweest aan de processen van Nuremberg en behandelde nazi-topstukken (hierover schreef hij eind jaren negentig een controversieel boek). Als ballistisch expert was hij autodidact.



De röntgenfoto's toonden volgens hem, in navolging van het Warren-rapport, aan dat de verwondingen in voor-en achterhoofd van de president waren veroorzaakt door dezelfde kogel die het lichaam van Kennedy had doorboord en toen gouverneur Connally van Texas had geraakt. Dit punt staat ook wel bekend als de zogeheten 'magic bullet' theorie, ter nadere onderschrijving dat er slechts één enkele moordenaar was.

Cyril Wecht


Later dat jaar kwam dr. Cyril Wecht (geb. 1931), lijkschouwer uit Allegheny, met zijn bevindingen. Wecht zou later als forensisch expert herhaaldelijk in aanraking met justitie komen, o.a. wegens oneigenlijk gebruik van zijn faxapparaat (privéfaxen op staatskosten).


De magische kogel, waarmee het hele Warren-rapport staat of valt, achtte hij wetenschappelijk gezien onhoudbaar. De vorm van de kogel maakte dit (door twee lichamen heen gaan) onmogelijk.

Hij zei dat ,,bijzonder relevante zaken" - zoals microscopische dia's en het brein van Kennedy - dat naar zijn zeggen bewaard had moeten worden, hem niet ter beschikking zijn gesteld. ,,Toen ik de röntgenfoto's bekeek", aldus Wecht, ,,zag ik een donker, zwart voorwerp in het brein. Daar had nooit eerder iemand iets over gezegd." 
Hij zei niet of hij dacht dat dit voorwerp een kogel is geweest.

Rockefeller Commission


In 1975 werd een onderzoek ingesteld naar de binnenlandse activiteiten van de Amerikaanse buitenlandse inlichtingendienst (CIA). Deze organisatie werd inmiddels ook genoemd in de Kennedy-moord: de focus daarbij kwam opnieuw te liggen op de autopsie.

De aanpak van de behandeling van president Kennedy en de autopsie - door de artsen, de commissie-Warren en de familie van de president - heeft almeer vragen doen rijzen over de moord dan enige andere factor, aldus Blakey.

De commissie (vernoemd naar de vice-president) onderschreef desondanks de bestaande theorie aan de hand van het aanwezige bewijsmateriaal: twee schoten van achteren. Experimenten met meloenen door Lattimer naar de achterwaartse beweging van het hoofd van Kennedy, zouden dit verder onderschrijven. Verdere vragen naar het ontbrekende bewijsmateriaal werden niet gesteld.
Ook Cyril Wecht werd als medestander opgevoerd maar die bestreed dit vrijwel onmiddellijk: de commissie had zijn woorden verdraaid. Hij wilde daarom zijn getuigenis inzien maar dat werd hem geweigerd (pas in 1998 zou Wecht een kopie van zijn getuigenis krijgen). Wecht verweet de commissie vervolgens in het openbaar partijdigheid: de medische experts of 'onafhankelijke' deskundigen waren gelieerd aan hetzij de Warren commissie hetzij de Clark Panel.

HSCA


Er volgde eind jaren zeventig nog een laatste, vijfde onderzoek door het Amerikaanse congres namens het zogeheten House Select Committee on Assassinations. Alvorens medische conclusies te trekken, stelde het allereerst twee belangrijke vragen: waren de autopsiestukken authentiek? En waren deze op enigerlei wijze veranderd?
In het eerste geval werden de foto's vergeleken met andere (premortem) röntgenfoto's en metingen; het antwoord was negatief. Ook in het tweede geval werden er geen gebreken geconstateerd. Maar tegenstrijdig bewijs van getuigen (o.a. over het bestaan van andere foto's of problemen met de gevonden camera) werd onderdrukt of zelfs niet eens ter beschikking gesteld aan de medische experts, bleek later.
De belangrijkste conclusie van alle forensische experts, behalve Wecht: het bewijs wees naar Oswald als de hoofdschuldige. Maar een andere conclusie was dat er waarschijnlijk ook sprake was van een complot: 'The Committee is unable to identify the other gunman or the extent of the conspiracy.' En er waren onoplosbare problemen, vooral met de autopsie.

1. the "entrance head wound location was incorrectly described.”
2. The autopsy report was “incomplete”, prepared without reference to the photographs, and was “inaccurate” in a number of areas, including the entry in Kennedy's back.
3. The ”entrance and exit wounds on the back and front neck were not localized with reference to fixed body landmarks and to each other”.

'Ze hadden moeten zeggen dat Oswald zo'n slechte schutter was, dat hij Kennedy van vòren trof.'


Morgen: het vervolg; de autopsie (2)


Bronnen
Gereformeerd gezinsblad 05-11-1966
De Waarheid 24-12-1966
De Telegraaf 20-02-1967; 28-08-1972
Nederlands Dagblad 25-02-1969
Leeuwarder Courant 28-08-1972
Amigoe 08-09-1975


maandag 25 november 2013

De Kennedy's en openbaarheid: het brein van de president

Op 25 november 1963 werd John F. Kennedy te Washington begraven. Het belangrijkste bewijsstuk met betrekking tot de moord op president Kennedy ontbreekt in het Amerikaanse Nationaal Archief. Ook zal men er in het graf van de president vergeefs naar op zoek gaan. Waarom?

Brein van de president


De auteur James Swanson heeft recent in zijn End of Days: Assassination of a President het lot van het brein van de president beschreven. De Volkskrant (in navolging van andere media) berichtte hier eind oktober over:

Volgens Swanson zijn tijdens de autopsie op het lichaam van JFK de hersenen in een aparte bak geplaatst en tijdelijk in een kast bij de Secret Service gezet. Daarna zou het 'item' samen met andere medische bewijsstukken in een opberglade zijn beland, bestemd voor het archief.

In oktober 1966 was ontdekt dat de hersenen ontbraken plus enkele andere medische bewijsstukken. Sindsdien is het brein niet meer gezien, zo vertelt Swanson tegen de New York Post.

Er is destijds een onderzoek uitgevoerd door de toenmalige procureur-generaal Ramsey Clark. Die vond de hersenen niet terug, maar stelde wel dat er 'overweldigend bewijs was dat suggereert dat de voormalige procureur generaal, Robert Kennedy, de stukken heeft gestolen', aldus Swanson. Kennedy zou hulp hebben gekregen van zijn assistent Angie Novello.

Sinds de moord op JFK, op 22 november 1963 in Dallas, doen vele theorieën de ronde. De hersenen zouden zijn gestolen om te verdoezelen dat de president van voren in het hoofd is geschoten, en niet van achter. Volgens Swanson speelde dit voor broer Robert geen rol. Hij zou mogelijk de hersenen hebben gestolen om geheim te kunnen houden aan welke ziektes de president leed of welke medicijnen hij gebruikte.

Een en ander valt wellicht hooguit als luguber of macaber af te doen, ware het niet dat dit tot de kern van de zaak voert.



Vermissing


De vermissing werd in 1978 voor het eerst bekendgemaakt door Robert Blakey, hoofd van de commissie van het huis van afgevaardigden die de moord behandelde. Dit was het laatste van vijf grote, officiële onderzoeken naar de moord.
Bij aanvang van de zitting - en in afwijking van zijn tekst - verklaarde hij dat de president zonder zijn hersens ligt begraven op de nationale begraafplaats van Arlington. De hersens waren tijdens de autopsie voor nader onderzoek verwijderd.

Vindplaats


Noch de nationale archieven, het Bethesda Marinehospitaal (waar het lichaam na terugkeer in Washington naartoe was gebracht), andere autoriteiten of de familie Kennedy konden een definitief antwoord geven op de vraag wat er met de houder en de inhoud daarvan was gebeurd.
Een woordvoerder van de Kennedy's zei te geloven dat het materiaal vernietigd was. Robert had, als minister van Justitie, de vrees geuit dat de hersens van de president voor het publiek tentoongesteld zouden worden. Dit laatste getuigt alvast van een merkwaardige taakopvatting van de nationale archieven.
Uit mijn recente blog over het mantelpakje van Jackie Kennedy blijkt desondanks wel degelijk hoe de Kennedy's in dat opzicht op de achtergrond sturend bezig zijn geweest en de waarheid zodoende geen dienst hebben betoond, eerder het tegendeel.

Evelyn Lincoln


De houder werd eerst enige tijd bewaard 'in a file cabinet in the office of the Secret Service'. Vervolgens werd de houder, samen met ander medisch bewijsmateriaal, in een 'footlocker' (of locker) geplaatst en overgebracht naar het Nationaal Archief.
Hier werd het in een veilige ruimte geplaatst waar Evelyn Lincoln, de privé-secretaresse van Kennedy, bezig was met de inventarisatie van diens archief. Sinds oktober 1966 worden deze items vermist.
Er is geopperd dat de herbegraving van de president in maart 1967 naar zijn permanente plaats een goede mogelijkheid zou kunnen hebben geboden. Een andere gelegenheid zou het boven zee (in de Atlantische Oceaan) dumpen van de originele lijk-of baarkist begin 1966 kunnen zijn geweest.

JFK aan de lijn, met Evelyn Lincoln zittend en JFK Jr. op haar schoot.

De moeder aller samenzweringstheorieën


Evelyn Lincoln was Kennedy's persoonlijk secretaresse sinds 1953. Op die fatale novemberdag tien jaar later reed zij ook mee in de stoet. In het vliegtuig terug uit Dallas, maakte zij op een briefje een overzicht met mogelijke daders. Dit briefje is in 2010 geveild.

Het lijstje van Evelyn Lincoln met mogelijke verdachten inzake de Kennedy-moord.

Het is wellicht ironisch - of op zijn minst opmerkelijk - dat daarmee de samenzweringstheorieën al beginnen op de dag van de moord zelf, dus nog ruimschoots vóór alle publieke twijfels na voltooiing van het Warren-rapport, maar ook dat het spoor min of meer bij haar eindigt.

Schommelstoel Lincoln


Mogelijk was Robert Kennedy's inhibitie, behalve uit persoonlijke en of familiebezwaren, verder ingegeven door de lotgevallen met de bebloede schommelstoel van president Lincoln na diens moord in 1865. Omstanders zouden er direct allerlei stukjes vanaf hebben gehaald. Binnen enkele dagen waren er tevens foto's van de stoel te koop. Maar de vlekken (in ieder geval op hoofdhoogte) zouden mogelijk eerder van pommade zijn. Hoewel de stoel in 1999 is gerestaureerd, weet ik niet in hoeverre op dit punt nader onderzoek is verricht.

De schommelstoel waarin Lincoln werd vermoord.

Moord artefacten


Deze stoel werd destijds door het Ministerie van Oorlog als bewijsstuk bewaard. Na de rechtszaak werd de stoel in 1867 doorgegeven aan Binnenlandse Zaken, gedurende anderhalf jaar tentoon gesteld in het Patent Office Building en daarna, in 1869, aan het Smithsonian Museum gegeven waar die achter slot en grendel verdween.
De stoel was echter het bezit van theatermanager Harry Ford wiens weduwe, met succes, de regering om teruggave vroeg. Vervolgens werd de stoel in 1929 door Henry Ford gekocht op een veiling in New York voor slechts $2.400: een koopje, notabene nog voor de grote beurscrash later dat jaar. De stoel valt thans te zien in diens museum in Dearborn.
In dit 'Americana' museum valt overigens ook de presidentiële Lincoln te zien, de auto waarin Kennedy werd vermoord. Het interieur daarvan werd gewoon schoongemaakt en de auto deed, weliswaar verbouwd c.q. gepantserd (dat was ie oorspronkelijk niet), nog dienst tot 1977.

Post mortem


Interessant is verder Swanson's bewering dat Robert Kennedy's bemoeienissen destijds minder waren ingegeven door waarheidsvinding (of juist obstructie), als wel het bewaren van mogelijke medische geheimen.
Die geheimen (Addison's disease en hevige medicatie wegens oorlogswonden) zijn pas veel later naar boven gekomen en domineren nu vrijwel volledig het Kennedy-debat. In dat geval kan Robert Kennedy een zekere, vooruitziende blik niet worden ontzegd maar hij was dan ook een insider.
Alle obsessie met het brein van de president ten spijt, overleed Robert Kennedy zelf in 1968 door een schotwond in het hoofd: de kogel, die via de rechter slaap zijn hersens binnendrong, spatte daar uit elkaar en verspreidde vele metaalresten. Deze verwondingen had hij onmogelijk kunnen overleven. Tevens werd er nog een tweede kogel in de hersenen aangetroffen.


Gerelateerde blogs
De Kennedy's en openbaarheid: het mantelpakje van Jackie
De moord op Kennedy en de openbaarheid van archieven
Staatsgeheim
JFK revisited: Dallas 22 november 1963
Moord en openbaring


Bronnen
Leeuwarder Courant 08-09-1978
Vrije Stem 11-09-1978
Het vrije volk 05-06-1968.
https://www.pinterest.com/braindribble/blood-stained-historical-artifact

vrijdag 22 november 2013

De Kennedy's en openbaarheid: het mantelpakje van Jackie

De aandacht bij de moord op president Kennedy licht uiteraard vrijwel uitsluitend bij hem. Maar hoe zat het precies met zijn vrouw Jackie, op wie vrijwel aller ogen die dag eveneens gericht waren?

Love Field Airport

Naar pas onlangs bekend is geworden beleefden de president en zijn vrouw nog enkele zeer intieme uurtjes aan boord van de Air Force One. Ook in bredere zin zijn er aanwijzingen dat de relatie van het echtpaar aan de beterende hand was, ondanks de vele affaires van de president. Drie maanden eerder was hun zoontje Patrick overleden.

Rode rozen

Bovenstaande foto is de foto waarmee Life Magazine de reportage over de moord opende (de overige waren in zwartwit). Kunsthistoricus David M. Lubin heeft een stuk geschreven over de bijzondere kwaliteiten (speciaal het lijnenspel) van deze foto.
Eenmaal uit het vliegtuig, kreeg de presidentsvrouw een bos met rode rozen in haar handen gedrukt door mevrouw Earle Cabell, de vrouw van de burgemeester van Dallas wier man in het zwart is gekleed met bril. Tot dan toe had Jackie gedurende het presidentschap nog nooit rode rozen gekregen bij een ontvangst, zou zij later memoreren.

Foto: Cecil Stoughton

Symboliek

Mogen we dit aspect zonder meer negeren? Sinds de Middeleeuwen symboliseren roze rozen het verspillen van heilig bloed, de dood van een martelaar. Binnen een uur zou de president op een baar in het ziekenhuis liggen.
De reden voor dit rode boeket lijkt desondanks vrij banaal. Wegens de vele Democratische bijeenkomsten in de stad bleken de gele rozen uitverkocht (gele rozen waren een favoriet in de staat Texas). De mevrouw in het wit bij de presentatie heeft overigens wel gewoon gele rozen in haar hand. Dit is notabene de vrouw van de vice-president, Lady Bird Johnson. Haar man, met witte bloem in het knoopsgat en grijze hoed in zijn hand, gaat verscholen achter Jackie en staat op het punt de burgemeester te introduceren bij de presidentsvrouw. De president zien we helemaal ter rechterzijde op de rug gekeken.
Zowel de vrouw van gouverneur Connally als de vrouw van de vice-president kregen volgens William Manchester (over wiens boek Death of a President ik nog nader zal schrijven) witte rozen. Maar ook uit de filmbeelden is al gebleken dat dit niet waar is.

Mantelpakje

Natuurlijk gaat bij zo'n gelegenheid, ook destijds, speciale aandacht uit naar welke kleding de vrouw van de president draagt. De president grapte hier ook zelf over bij de eerdere ontvangst in Fort Worth. Tijdens hun bezoek aan Parijs in 1961, werd zelfs gekscherend gezegd dat hij zijn vrouw vergezelde.
Dit roze, wollen mantelpakje symboliseert in ieder geval voor Amerikanen die gedenkwaardige dag en is inmiddels dan ook het meest iconische voorwerp van 22 november 1963 geworden. Enerzijds symboliseert het de eigen stijl van Jackie, iets waar zij (met name op het gebied van mode) inmiddels ook om bekend stond, en anderzijds staat het voor het brute geweld van die dag. Een kledingstuk als nationaal symbool dus.

Kopie

Het pak was een kopie naar een design van Chanel. De stof en verdere toebehoren (knopen etc) kwamen uit Parijs, maar de kledij werd gemaakt bij Chez Ninon: een modezaak aan Park Avenue, New York. Jackie probeerde op die manier het Amerikaanse product te promoten zonder haar Franse smaak te verloochenen. Hoewel roze de overheersende kleur lijkt, zitten er vele schakeringen rood in: framboos, kers etc.
Het mantelpakje werd door een Ierse immigrante (Kate) genaaid en kostte in totaal negentig uur werk. Hierover is tevens de roman van Nicole Mary Kelby, 'The Pink Suit', geschreven.



Jackie had wel degelijk originele Chanel kleding maar dit was er dus geen een van. Het pakje is bij tenminste zes andere gelegenheden gedragen, onder meer tijdens een bezoek aan Londen in maart 1962. Het was dan ook een favoriet van de president.

Aanslag

Op het moment van de aanslag om 12.30 klautert Jackie instinctief op de achterkant van de auto om het weggeschoten deel van de schedel van de president te pakken (en niet om de geheim agent de auto in te trekken). Eenmaal teruggeduwd in de auto, pakt zij met haar handschoenen zijn hoofd vast en probeert dat - met name het brein - bij elkaar te houden. De president valt min of meer in haar schoot, maar is nog in leven bij aankomst in het ziekenhuis. Hier weigert zij de operatiekamer te verlaten al zal ze af en toe de kamer uitlopen. Kalm en niet hysterisch, zo wordt haar gedrag alom beschreven.

'I will not leave', she said. 'It's my husband. His blood, his brains, are all over me.'

Nadat ze geïnformeerd is van zijn overlijden om 13.00, kust ze zijn voeten die onder het laken uitsteken. Hierna verwijdert ze het laken en ontbloot zijn schouder en hoofd om ook dat en het lichaam te zoenen. Tevens pakt ze zijn linkerhand en verwijdert de trouwring en verwisselt die voor de hare.

Statement

Terug in het vliegtuig weigert ze op uitdrukkelijk verzoek om iets anders aan te trekken. De bebloede kleding symboliseert voor haar inmiddels meer: niet alleen haar staat als weduwe, maar ook alsof de president nog bij haar is en ze hem niet wil verlaten - ondanks dat ze weet en beseft dat ie dood is. Ook haar gezicht wil ze niet met een handdoek afvegen. Op die manier wil ze, bij wijze van statement, bovenal de aard van de misdaad tonen aan het publiek.

'Let them to see what they've done (to Jack).'

En zo, met duidelijk zichtbaar opgedroogd bloed op haar kleding, staat ze ook naast vice-president Johnson tijdens diens inzwering als president aan boord van het vliegtuig om 14.38. En zo loopt ze ook hand in hand met Robert Kennedy na aankomst in Washington om zeven uur 's avonds, terwijl het lichaam van haar man in de ambulance verdwijnt.



Nationaal Archief

Nadat Jackie was teruggekeerd in het Witte Huis op 23 november, werd de kleding in een zak gedaan en vervolgens in een kledingdoos weggestopt. Haar kamerdienaar ontkent overigens dit te hebben gedaan.
Deze doos werd enkele maanden later (in elk geval voor juli 1964) aan het Amerikaanse Nationaal Archief bezorgd als historisch object. Op het niet-gesigneerde briefpapier van haar moeder, Janet Auchinloss, staat simpelweg geschreven 'Jackie's suit and bag - worn Nov. 22, 1963'. De doos bevat tevens de blauwe blouse, schoenen, tas en besmeurde kousen (apart gewikkeld in een handdoek).
Maar niet het kenmerkende hoedje en ook niet de handschoenen. Het hoedje werd in het ziekenhuis afgedaan, aan haar persoonlijk secretaresse Mary Gallagher gegeven en is sindsdien verdwenen.

2103

Sinds de dood van Jackie Kennedy in 1994 behoorde de kleding toe aan haar dochter Caroline Kennedy. Die schonk de spullen in 2003 definitief aan het archief onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat deze tenminste 100 jaar niet mogen worden getoond. Dat betekent dus pas in 2103. Ze worden ongevouwen bewaard in een zuurvrije doos in een depot van het NARA in Maryland, iets dat tot vrij recent nauwelijks bekend was.
De terughoudendheid van de familie Kennedy op dit punt staat dus in schril contrast met de ware nagedachtenis van Jackie. Het shirt van de president en de Christian Dior stropdas zijn, als bewijsstukken in een moordzaak, ook gewoon openbaar - al worden ze terughoudend getoond.



Bronnen

http://www.dailymail.co.uk/femail/article-2510064/Why-Jackie-Kennedys-blood-stained-pink-suit-hidden-public-view-2103.html
http://www.dailymail.co.uk/femail/article-2122906/It-fake-line-line-copy-How-iconic-pink-Chanel-suit-worn-Jackie-Kennedy-day-JFKs-assassination-rip-off.html
http://www.dailymail.co.uk/news/article-2485912/New-book-reveals-poignant-moments-Jackie-Kennedy-spent-JFK-kissing-feet-lips-blood-soaked-Chanel-suit-refused-off.html
http://www.dailymail.co.uk/news/article-2495492/As-I-fought-save-JFK-Jackie-slipped-ring-finger--kissed-goodbye-The-doctors-tended-stricken-US-President-reveal-really-happened-minutes-followed.html
http://www.nytimes.com/2013/11/15/fashion/jacqueline-kennedys-smart-pink-suit-preserved-in-memory-and-kept-out-of-view.html?pagewanted=1&ref=style&_r=0
http://tpr.org/post/whatever-happened-jackie-kennedys-pink-dallas-dress-and-hat
http://articles.latimes.com/2011/jan/26/nation/la-na-jackie-kennedy-pink-suit-20110127