Zoeken in deze blog

Translate

donderdag 30 december 2010

Shakespeare in een notendop


Mijn boektip van het jaar is: Bill Bryson, Shakespeare. Een biografie (2008). Van dezelfde schrijver ligt momenteel een ander boek in de boekhandel getiteld Een huis vol. Een kleine geschiedenis van het dagelijks leven. Spoedt u zich echter naar het dichtstbijzijnde filiaal van de firma De Slegte: er zijn nog maar liefst 188 exemplaren beschikbaar (waar een website allemaal wel niet goed voor is) à 8.99.

Over toneelschrijver William Shakespeare (1564-1614) is ontzaglijk veel geschreven (niet alleen de spreekwoordelijke boekenkasten vol; zelfs hele bibliotheken), maar over diens leven is in essentie slechts heel weinig bekend. Slechts veertien woorden in zijn eigen handschrift en een honderdtal documenten over hem en zijn familie.
Met deze paradox als uitgangspunt concentreert Bryson zich op het weinige dat wel bekend is: de schaarse documenten met betrekking tot het leven van Shakespeare. Dit - mede daarom - verrassend dunne boekje zou elke archivaris in zijn boekenkast moeten hebben staan, al was het maar om zichzelf een goed gevoel te geven tegenover de tegenwoordige mediahypes om niks. De zeggingskracht c.q. bewijskracht van oude documenten is er wel degelijk - ook in het digitale tijdperk.
We weten tegelijk dus heel veel en heel weinig is dan ook de ontnuchterende conclusie. De vraag of de persoon van Shakespaere eigenlijk wel dezelfde is als de toneelschrijver heeft bijvoorbeeld alleen al een aparte, eigen boekenkast opgeleverd. Over zijn invloed op het schrift en de taal is eveneens ontzettend veel geschreven maar van Shakespeare zelf is geen eigenhandig toneelstuk bewaard gebleven.
Daarom concentreert Bryson zich dan ook op de documenten en hun context; als een pur sang archivaris zou je bijna zeggen. Vermakelijkste passage in het boek is wat mij betreft de jacht op (meer) documenten begin 20e eeuw door het Amerikaanse echtpaar Charles en Hulda Wallace, een jacht die eindigde in paranoia tegenover het archiefpersoneel. Hopelijk daarover nog eens een toekomstig blog.

Helaas komt in het boek geen enkele illustratie voor. De uitgever kwam daarom in 2009 met een zogenaamde 'Illustrated edition', een trend in de angelsaksische uitgeverswereld van het afgelopen decennium n.a.v. een eventueel succes van het oorspronkelijke boek. Bekijk dit boek:

http://browseinside.harpercollins.com.au/index.aspx?isbn13=9780007325238

Anne Hathaway

En, als u zich dan toch in Shakespeare verdiept, dan verdient het boek van Germaine Greer over zijn vrouw Anne Hathaway (in het geheel niet te verwarren met de gelijknamige actrice geb. 1982) uit 2007 Shakespeare's Wife eveneens een pluim.


Vrouwen hebben het sowieso al moeilijker dan mannen in de geschiedenis. Als we over Shakespeare al weinig weten, dan over zijn vrouw nog minder met als absolute dieptepunt dat zij niet eens in zijn testament wordt genoemd!
Zijn vrouw heeft dan ook heel wat te verduren gekregen van generaties Shakespearevorsers. Greer is daarentegen een onvervalst feministe van het eerste uur. Haar poging Ann nu eens in een compleet ander daglicht te stellen leverde misschien wel haar academisch meest gewaardeerde werk op. In wezen een boek over de sociale context ('vrouw van') van context (Shakespeare) dus.
Opmerkelijk genoeg staat het boek niet vermeld in de selecte bibliografie van Bryson en omgekeerd; ik vermoed hier een geval van kinnesinne onder twee literaire grootheden.



Met een beetje geluk vindt u nog de Nederlandse vertaling uit 2008 die recent bij boekhandels van Selexyz in de ramsj lag maar daar inmiddels officieel is uitverkocht. Er ligt nog een stapel (ca. 10 stuks) te Den Haag en een kleinere stapel te Amsterdam (ca. 5) bij boekhandel het Martyrium. Voor de oorspronkelijke, Engelstalige editie kunt u eventueel terecht bij boekhandel Nayler & Co te Den Haag.

dinsdag 28 december 2010

Anatomie van een kleine waterramp of de groeiende Twitterrevolutie in Nederland


Gisteravond was ik zijdelings betrokken bij een kleine regionale crisis of bijna-ramp in wording: een grote waterstoring in de regio Haarlemmermeer. Twitter, dat ik noodgedwongen enkele uren intensief volgde, bleek een enorme bron van informatie - bij tijd en wijle zelfs de enige.

Het begon met enkele inkomende klachten bij RTV Noord-Holland over geen water in Hoofddorp en Uithoorn rond 19.15, dat al gauw door vele tientallen mensen werd bevestigd op het sociale medium Twitter. Een voorheen traditioneel middel van informatie, de website van het PWN, kon de stroom bezoekers niet aan en lag al heel plat. Pas rond 20.45 was dat euvel weer verholpen.
Vrijwel tegelijkertijd was er een grote uitslaande brand bij Corus te IJmuiden en de link van blussen op de ene plaats en geen water op een andere plaats in de, weliswaar wijde, omgeving werd door velen snel gelegd. Sommigen speculeerden zelfs over het gebruik van een speciaal waterkanon ter plekke.

Vanaf circa 19.30/20.00 vond er een run plaats op bronwater in supermarkten in de regio Haarlem: sommige filialen van onder meer Albert Heijn raakten uitverkocht. Een enkele twitteraar bevestigde deze aanschaf. Andere mensen hadden het al grappend over pannetjes sneeuw smelten. Tegen 21.00 kwam het Haarlems Dagblad via haar website met de kop 'Run op water in supermarkten na storing'.
Rond acht uur meldde diezelfde website het nieuws over geen water in de regio en had dit nieuws het nieuws over de brand bij Corus verdrongen als 'leading topic'. De oorzaak was nog onbekend; de speculatie over de combinatie met de brand bij Corus werd daarom overgenomen.

'#PWN' behoorde inmiddels ook tot de 'toptweets' van Twitter, vooral in negatieve zin: het gebrek aan externe communicatie; geen website in de lucht en geen telefonische informatie via een ouderwets ingesproken bandje. Buitengewoon ongelukkig was de timing van het voorval op een tijdstip waar normaliter veel water nodig is: voor de afwas, de douche of bad en de koffie of thee - zo bleek uit de talloze tweets.
Wat er daadwerkelijk gebeurd was werd pas om circa 20.15 intern breder bekend. Door een stroomstoring bij het verdeelstation te Hoofddorp was de elektriciteit weggevallen. En elektriciteit geeft druk op de waterleiding en geen elektriciteit betekent dus ook geen water of een iel stroompje. Het bericht vond via de afdeling voorlichting van PWN zijn weg naar de website van het Haarlems Dagblad en andere media even na 20.30.
De website waar de oorsprong van dit bericht viel te lezen (RTV Noord-Holland) lag na de eerste vermelding op Twitter om 20.05 over de mogelijk werkelijke reden, vermoedelijk in combinatie met interesse in nieuws over de brand, ook al gauw plat. Gelukkig kwam enige tijd later die van de PWN weer in de lucht.

Diverse twitteraars bleven ondertussen volharden in de combinatie met de brand; een enkeling wist zelfs te melden dat er vlakbij de hoogovens een pompstation zou staan. De melding van vele van dezelfde twitteraars, eerst mondjesmaat, dat het water weer langzaam begon te stromen uit hun kranen logenstrafte deze berichten.
Andere twitteraars meenden dat de PWN in de gauwigheid een twitteraccount had geopend als enige vorm van communicatie met de klant. Dat was niet het geval: wel werd deze uiting slim gebruikt om de hoofdboodschap over te brengen.

http://twitter.com/PWNwaternatuur

Over de daadwerkelijke omvang van de bijna-ramp bleef al die tijd onduidelijkheid bestaan: om welke gebieden ging het nou precies en dus om hoeveel huishoudens? Haarlem en Hoofddorp en in bredere zin het gebied van de Haarlemmermeer werden het meest aangehaald. Voor de snelle rekenaar toch al gauw enige tienduizenden of meer huishoudens, maar tot zoveel kwamen de journalisten zelfstandig niet ('enige honderden' volgens het Haarlems Dagblad).
Op Twitter werden uiteenlopende plaatsen genoemd, waaronder ook Zandvoort, die na de eerste berichten dat het water weer was gaan stromen in Haarlem nog altijd zonder water zaten. Dit bleek uit een andere, fraaie toepassing via Twitter met gebruik van Googlemaps om de spreiding van de bijna-ramp letterlijk in kaart te brengen:

http://qohz.com/water/

Rond 21.15 meldde het waterleidingbedrijf dat de stroomstoring voorbij was. Terwijl de eventuele mediastorm op alle fronten weer leek te gaan liggen, werd intern bekend dat een pompstation te Leiduin (langs de spoorweg richting Leiden, notabene het oudste van Nederland) het tussentijds ook had begeven. Hierdoor waren delen van Kennemerland (waaronder dus Zandvoort) eveneens getroffen. Precieze oorzaak hiervan was vooralsnog onbekend; de link met de blusactiviteiten diende hier voorlopig als nuttig rookgordijn.

Nasleep: informatievoorziening nieuwe stijl

Het was al met al een hectische avond op twitter maar de honderden deelnemers aan dit sociale experiment lijken tevreden, al was het maar met zichzelf. De twitteraars versloegen gezamenlijk voorheen traditionele media, niet voor het eerst overigens dit jaar maar toch. Men informeerde vooral ook elkaar.
Onder elkaar hadden ze het even heel gezellig, deelden vooral hun leed, kwamen soms tot zinnige oplossingen, verspreiden enkele valse geruchten, maar bovenal wilden ze (meer) informatie. Dit laatste is een opvallend vaak gehoorde klacht in onze moderne informatiesamenleving. Eigenlijk kon er de afgelopen weken geen item in het journaal voorbij komen of hier ging het over.
Ineens begreep ik ook een stuk beter een journaalbericht van enkele dagen geleden: de verwachte explosieve groei van het aantal 'apps' oftewel (mobiele) applicaties.
Uitgaven zullen stijgen van 4 miljard euro in 2010 naar 27 (!) miljard euro in 2014. Dit zijn groeicijfers waar economen slechts van kunnen dromen ongeacht welke markt of welk land.



Apps moeten in wezen worden beschouwd als het nader toegankelijk maken van al bestaande informatie. Informatie op een andere manier toegankelijk maken; is dat eigenlijk niet iets waar archivarissen heel goed in zouden moeten zijn?
Het nieuws van vandaag dat de NS de informatievoorziening naar zich toe trekt is dan ook slechts het begin van een nieuwe informatiewedloop.

Nawoord 9 januari 2011
De brand bij Moerdijk op 5 januari 2011 verliep volgens exact hetzelfde patroon: mensen (omwonenden) die vooral elkaar informeren, terwijl de officiële communicatiekanalen (in dit geval www.crisis.nl) falen. Zie hierover o.a.:
http://www.volkskrant.nl/vk/nl/2686/Binnenland/article/detail/1789491/2011/01/06/Sociale-media-genegeerd-bij-info-over-crisis.dhtml

maandag 27 december 2010

Context, authenticiteit en herinnering (2): de waarde van werelderfgoed


Vorige week werd bekend gemaakt dat een zebrapad ergens in Londen op de Werelderfgoedlijst is geplaatst. Uiteraard betreft het niet zomaar een zebrapad, maar degene welke de elpeehoes van het album Abbey Road (1969) van de popgroep The Beatles siert. Het zou de laatste studioplaat worden vernoemd naar de vlakbij gelegen opnamestudio.

Abbey Road

Als archivarissen zouden wij licht fronsend moeten gaan kijken bij het besef dat we hier niet eens met het originele zebrapad te maken hebben, maar in feite met een kopie. Het zebrapad is namelijk meer dan dertig jaar geleden enkele meters verplaatst, daarmee behoorlijk afbreuk doend aan de authenticiteit ervan: van het origineel rest hoegenaamd niets. Details over deze verkeersingreep zijn trouwens verloren gegaan, maar wellicht dat een vasthoudende Beatle-fan (en onderzoeker) zich ooit nog eens in dit onderwerp vastbijt.
Ik heb eens een reportage gezien op BBC London dat met name automobilisten zich doodergeren aan al die bewust langzaam overstekende voetgangers met fotocamera in de aanslag. Voor de dagelijkse ervaring van de talloze toeristen lijkt dit overigens allemaal weinig uit te maken. Bekijk een van de leukste webcams ter wereld en wacht geheid op de eerste toeristen, al dan niet in gekke pose:

http://www.abbeyroad.com/visit/

Wie de camerabeelden met de hoesomslag vergelijkt ziet dat deze in tegengestelde richting is genomen. Het zebrapad lag waarschijnlijk meer noordwaarts (dus naar boven toe op de webcam, richting de kruising met de andere weg).

http://www.bbc.co.uk/news/uk-england-london-12059385

Huis film The Godfather: 2.9 miljoen dollar

Met de status van internationaal cultureel erfgoed is het eigenlijk heel oneerlijk gesteld. Daarom volgen hier enkele spraakmakende voorbeelden van de afgelopen tijd die de UNESCO alvast gemist heeft.
Eerder deze maand werd bekend dat de villa uit de film The Godfather (1972) te koop staat. Het landhuis is gelegen in een sjieke wijk bij Staten Island te New York en kost slechts 2,9 miljoen dollar. 'Slechts' omdat hier toch wel sprake is van een belangrijk stuk filmgeschiedenis, maar kennelijk (nog?) niet erfgoedwaardig. Het terrein omvat 4 hectare grond, het huis zelf telt o.a. 8 slaapkamers, er is een garage voor vier auto's en een overdekt buitenzwembad.



Bekijk een filmpje, met gebruikmaking van documenten, over hoe serieus de producenten destijds met de geschiedenis van hun locaties omgingen.




Doodskist Lee Harvey Oswald: 87.000 dollar



Ook aan meer beruchte, maar daardoor niet minder bekende mensen valt goed te verdienen. Halverwege december werd de doodskist van Lee Harvey Oswald verkocht voor iets meer dan 87.000 dollar. Het lichaam werd op last van zijn weduwe in 1981 opgegraven ter controle of hijzelf wel in de kist lag en niet een Russische 'bodydouble'.
De kist is destijds door de begrafenisonderneming omgeruild voor een ander exemplaar; de houten kist vertoonde namelijk behoorlijke waterschade.

http://www.msnbc.msn.com/id/40707600/ns/us_news/

In een interessante wending van de zaak heeft de broer van LHO sindsdien verklaard juridische stappen te overwegen. Het houden en doorverkopen van de kist, tenslotte eigendom van de familie, zou behalve onwettig tevens onethisch zijn. Robert Oswald stuurt aan op vernietiging van de kist.

http://www.newser.com/story/108001/lee-harvey-oswald-brother-furious-about-coffin-sale.html

Raam Texas School Depository Building: 3 miljoen dollar

Eerder in 2007 was al eens het raam van de Texas School Depository Building, van waaruit Oswald had geschoten op president Kennedy, geveild op eBay voor iets meer dan3 miljoen dollar. Het raam was daarmee meer waard dan het hele gebouw. Het winnende bod (door een Nederlander) kon echter door hem niet worden geëffectueerd.
Geheel in overeenstemming met de Kennedy-mythe is er overigens gerede twijfel of dit wel het oorspronkelijke raam is ...

http://www.dallasnews.com/sharedcontent/dws/news/localnews/stories/DN-windowsold_17met.ART0.State.Edition2.211f474.html

Land Unabomber: 69.500 dollar

Een afgelegen stuk grond van 1,4 hectare in de Amerikaanse staat Montana is inmiddels te koop voor 69.500 dollar, in plaats van de oorspronkelijke 154.500 dollar. Dit land is bezit geweest van Unabomber Ted Kaczynski die tot levenslang is veroordeeld voor een reeks bombrieven. Het stuk grond bij Lincoln wordt verkocht als zijnde 'a piece of infamous American history'.

http://www.msnbc.msn.com/id/40507673/ns/us_news-life/

Kazcynski werd na zeventien jaar in 1996 ontmaskerd nadat hij een jaar eerder een maatschappijkritisch manifest had opgestuurd naar de New York Times en Washington Post: bij publicatie zou hij zijn terreurcampagne stopzetten. Onder druk van de FBI stemde de Post uiteindelijk hiermee in.
De eenvoudige hut, waarin hij zijn campagnes bedacht en uitvoerde, staat echter inmiddels niet meer op dit stuk land maar in een museum te Washington: geheel buiten de oorspronkelijke context geplaatst dus. Bekijk de interactieve versie van zijn hut.
Dat er nog geen film is over zijn intrigerend leven is al even verwonderlijk: Russell Crowe lijkt mij alvast zeer geschikt als hoofdrolspeler; met baard lijken de twee qua uiterlijk bijzonder veel op elkaar. Zijn leven is ook om diverse archivistische redenen (waaronder ontwikkeling van het geheimschrift) overigens interessant genoeg: lees meer daarover;

http://nl.wikipedia.org/wiki/Theodore_Kaczynski

Harry Truman: te veel huizen

Treurig is het ondertussen gesteld met sommige van de maar liefst 4 voormalige woonhuizen van president Harry S. Truman in Independence, Missouri. Slechts een daarvan heeft een officiële status; ook het gebied eromheen waarin hij wandelde wordt zoveel mogelijk in de oorspronkelijke staat gepreserveerd.
In totaal worden er reeds vier 'properties' van Truman voor het nageslacht bewaard. De twee huizen die in economisch minder gunstige wijken liggen worden daarentegen genegeerd, met o.a. als argument dat hier niet langer sprake is van historische integriteit (de gebouwen zouden te zeer zijn gewijzigd en of verwaarloosd).
Het tastbare erfgoed van een van Amerika's favoriete presidenten dreigt zo gedeeltelijk verloren te gaan.


http://www.nytimes.com/2010/10/16/us/16truman.html?ref=harrystruman


Woonhuis Edward Heath gesloten

Eerder dit jaar werd bekend dat het huis van voormalig premier Edward Heath zal worden gesloten, wat inmiddels inderdaad is gebeurd. Volgens de 'Trustees' kostte e.e.a. meer dan dat het aan inkomsten opleverde. Het huis is drie jaar open geweest voor het publiek en trok al met al 30.000 bezoekers. Het waarschijnlijke lot zal verkoop van huis en inboedel zijn in de nabije toekomst.
Heath was een van de merkwaardigste premiers van Groot-Brittannië uit de 20e eeuw, al was het maar vanwege zijn vrijgezelle status en goed pianospel (aan wie doet mij dit toch denken?).

http://www.arundells.org/

Geboortehuis Ringo Starr gesloopt

En het geboortehuis van Ringo Starr is zo goed als niet meer. Het gehele woonblok Madryn Street te Liverpool valt aan de slopershamer ten prooi, zo werd althans gedurende de afgelopen zomer bekend gemaakt. Eerder was er mogelijk nog sprake van dat het huis zou worden afgebroken en opgebouwd in een museum.
De Victoriaanse woningen in deze achterstandswijk verkeren in dusdanige staat van verval dat dit eigenlijk nog de enige reëele optie is. Niet elke Beatle heeft klaarblijkelijk dezelfde status: de geboortehuizen van zowel Paul McCartney, als John Lennon worden immers beide wel bewaard.

http://www.telegraph.co.uk/culture/music/the-beatles/7950399/Ringo-Starrs-birthplace-faces-the-bulldozers.html



Nawoord 4 januari 2011/15 augustus 2012

Het geboortehuis van Ringo Starr heeft begin januari 2011 vooralsnog uitstel van executie gekregen.


En inmiddels, ruim een jaar later, is het zelfs definitief van de sloop gered; het huis zal worden opgeknapt. De toeristische trek naar Liverpool namens de Beatles heeft het pleit gewonnen van de gemeentelijke plannen.

Gerelateerde blogs
Context, authenticiteit en herinnering (1): Zandvoort

zaterdag 25 december 2010

Doodssprong (5): Niagara Falls


Als de moeder aller bruggen Brooklyn Bridge is, dan ligt de geboorte van het moderne (brug)springen of duiken vermoedelijk bij de Niagara Falls. De spectaculaire watervallen (drie in totaal, met als bekendste degene met de typische paardenhoefvorm) werden pas eind 17e eeuw ontdekt.
In de loop van de 19e eeuw werden zij als toeristische attractie ontwikkeld. Diverse promotoren wilden achtereenvolgens daadwerkelijk gebruik maken van de serie watervallen als 'backdrop' voor spektakel; het natuurgeweld alleen volstond niet langer.

Summary

Since the early 19th century Niagara Falls have formed the perfect backdrop to some crazy stunts: first using animals, and later with human beings. A host of daredevils have tried the plunge by jumping down the falls, all benefiting tourism, with or without some kind of apparatus. The falls also attract a number of suicides annually.


Sam Patch

Op 8 september 1827 werd een scheepslading dieren moedwillig over de rand gestuurd. Het toch al wrakkige scheepje (dat speciaal voor die gelegenheid was opgekocht) brak in stukken uiteen, een enkel dier waaronder een gans bracht het er nog levend vanaf. Twee jaar later was de eerste mens aan de beurt: Sam Patch, the Jersey jumper.
Patch was een 23-jarige molenhulp die in New Jersey al een zekere naam had opgebouwd met het springen van watervallen (Passaic Falls) en vanaf schepen. Op 17 oktober 1829, op een regenachtige zaterdag, sprong hij van een platform dat wat lager gebouwd was tussen de twee watervallen in. Hij sprong van het platform (voeten eerst) en overleefde de sprong van circa 30 meter, daarmee toekomstige waaghalzerij sterk aanmoedigend.
Patch vertrok onmiddellijk naar de nabije Genesee Falls en sprong van ca. 40 meter voor 5.000 toeschouwers zijn dood tegemoet; ditmaal klapte hij op het water na een tussentijdse salto. Het lichaam werd pas een half jaar later gevonden, daarmee ondertussen een andere Amerikaanse mythe beginnend: "Sam Patch Alive!"

'Suicide capital of the world'

In de tweede helft van de 19e eeuw zouden vooral tightropewalkers (d.w.z. koorddansers) de watervallen gebruiken als natuurlijk theater voor hun stunts. Anderen probeerden juist het water te temmen vanwege de potentiële elektriciteit of anderszins met schepen door de stroming van de rivier de Niagara heen te komen.
Rond 1900 was Niagara Falls zo mogelijk de 'suicide capital' van de wereld. Geschat wordt dat er toen vanaf de 19e eeuw zo'n duizend mensen waren omgekomen na een sprong in het diepe.
Velen daarvan waren (voor zover bekend) gezond en wel in het plaatsje gearriveerd maar de diepte van de watervallen hadden een geheel eigen aantrekkingskracht. Anderen planden alles zorgvuldig, genoten eerst enige dagen van de toeristische attracties, zorgden voor hun spulletjes en sprongen vervolgens alsnog.

Niagara Daredevils

Weer anderen probeerden bewust de val te overleven door zich, bij wijze van nieuwste stunt, in een ton te begeven - al dan niet vergezelschapt van een dier. Onderwijzeres Annie Taylor was de eerste die dit probeerde (met haar kat) op 24 oktober 1901 en ook slaagde in haar opzet.
Veel aan haar verhaal klopt waarschijnlijk niet - de kat ging bv. eerst alleen in een ton - omdat zij vantevoren zo min mogelijk van haar plannen wilde openbaren. De ton waarin Annie zat werd uiteindelijk zeer tegen haar zin door anderen (door)verkocht en tentoon gesteld: het grote geld ontging haar zodoende.

Bron: Niagara Falls Public Library
Geld werd ondertussen wel een steeds belangrijker motief voor eventuele gegadigden. Op 25 juli 1911 deed de Engelsman Bobby Leach de stunt over in een ijzeren ton, enigszins gelijkend op een badkuip, terwijl de filmcamera's draaiden. Overleefde hij het nog bebloed en al, dat gold niet voor Charles G. Stephens in 1920 die zo hoopte zijn gezin uit de armoede te trekken.

20e eeuw

Gedurende de 20e eeuw deden vijftien personen bij wijze van stunt een bewuste poging; vijf van hen overleefden het niet (lees meer over deze en andere 'Niagara daredevils' uit de 20e eeuw). De meest recente, Robert Overacker, probeerde het in 1995 tevergeefs met een jetski. De raketmotor van zijn parachute bleek niet te werken.


In 1960 werd de zevenjarige Roger Woodward de eerste overlevende: als gevolg van een bootongeluk droeg hij een zwemvest. Dit werd ook wel als 'The Miracle of Niagara' betiteld.
Ook Hollywood ontkwam niet aan de aantrekkingskracht van Niagara, met onder meer de gelijknamige film noir uit 1953 met o.a. Marilyn Monroe.


21e eeuw

In 2003 zou Kirk Jones pas de eerste overlevende van een zelfmoordpoging worden. Aan zijn juiste motieven - voorgewende depressie - wordt sindsdien echter getwijfeld. Achteraf werd hij beboet wegens Mischief and Performing a Stunt. Hij werkt sindsdien notabene voor een circus (lees een interview met hem).
In datzelfde jaar deed iemand anders eveneens een poging, maar hij werd op het randje van de waterval op spectaculaire wijze gered.


Jaarlijks worden door de autoriteiten ongeveer 20 lichamen uit het water gehaald, als bewijs voor de blijvende aantrekkingskracht van deze watervallen. In 2007 filmden de camera's van een lokaal televesiestation toen iemand zijn (geslaagde) poging deed.


In 2009 overleefde iemand wederom de sprong zonder enige hulpmiddelen d.w.z. alleen met zijn kleren aan. Hij zou daarmee pas de tweede persoon in de geschiedenis worden die hierin slaagde. Ook achteraf weigerde hij enige assistentie om uit het water te komen, waardoor hij ernstig onderkoeld raakte.
De grote aanwezigheid van toeristen betekent dat de zelfmoordpogingen vaak worden gezien door anderen en er bijna altijd wel getuigen zijn, zoals in dit geval met een Japanse studente (mogelijk een ongeluk) in de zomer van 2011.


Eerder die zomer was een vrouw tijdens het lopen onderaan de watervallen per ongeluk in het water geraakt met al bijna even fatale gevolgen.


2012

Medio februari 2012 werd bekend gemaakt dat Mark Wallenda toestemming heeft gekregen als koorddanser de watervallen over te steken. De poging zal op 15 juni live worden uitgezonden. Als belangrijkste reden is gegeven dat de stunt de plaatselijke economie zal stimuleren.
Dat die een steuntje behoeft blijkt onder meer uit het eerder dit jaar opzeggen van het contract met de bekende vloot van de plaatselijke bootdienst Maid of the Mist, die al sinds ca. 1840 in bedrijf zijn.
In mei 2012 overleefde overigens wederom iemand (de derde persoon voor zover bekend) de val of wanhoopssprong. Hoewel zwaargewond, wist hij op eigen kracht de oever te bereiken.

Aanbevolen literatuur:
- Pierre Berton, Niagara. A History of the Falls (1992)

Gerelateerde blogs:

- brugspringers te Rotterdam (Hefbrug en Willemsbrug)
- brugspringers te Londen: Waterloo Bridge 
- brugspringer te New York: Brooklyn Bridge

woensdag 22 december 2010

Een kerstboom voor Wilhelmina

Als Geallieerde mogendheid maakte Nederland na de Tweede Wereldoorlog aanspraak op herstelbetalingen van asmogendheid Italië. Of in eigen bewoordingen: ‘The Netherlands suffered considerable losses in the Mediterranean when participating in allied naval or maritime action in this theatre of war.'

Conferentie van Parijs


Een en ander werd nader uitgewerkt in de Economische Commissie voor Italië der Conferentie van Parijs in het najaar van 1946. Op 6 september kwam Nederland met een specifieke eis: zij had haar ogen laten vallen op de sloep Eritrea, de olietanker Urano en twee grote sleepboten Vigoroso en Taormina. Meer in het algemeen bedroegen de Nederlandse eisen wegens herstelbetalingen: 43,337,025 dollar, waarvan 7,700,000 ter compensatie voor de Koninklijke marine en 500.000 dollar ‘for losses suffered by nationals of the Netherlands arrested and interned in Italy’. Op 15 september 1947 werd een definitief verdrag gesloten.

Italiaanse verontwaardiging


Eind december 1947 circuleerden er in de Italiaanse pers een lijst van de Italiaanse oorlogsschepen die de Geallieerde Marine experts zouden hebben toegewezen. Het persbericht voegt aan het bovenstaande toe, dat Groot Brittannië aan Italië verzocht had 3 motortorpedoboten aan de Nederlandse regering te willen overdragen als erkenning van het Nederlandse aandeel in de Geallieerde strijd in de Middellandse Zee.
Dit laatse nu leidde tot hevige verontwaardiging in de krant Gazzetta del Lunedi op 22 december (nr. 51), onder de kop 'L'albero Natale della Regina Guglielmina', waarin zij werd opgeroepen dit kerstgeschenk niet te aanvaarden. Het consulaat te Genua meende er goed aan te doen het Consulaat-Generaal te Rome hiervan te verwittigen.



De Gazzetta was een onafhankelijke maandagochtendkrant, met een lezerskring onder rechtse en liberale elementen, volgens het Nederlands consulaat te Genua. Naar Rome werd eveneens een vertaling (helaas van mindere kwaliteit) opgestuurd. Die vertaling is desondanks zeer de moeite waard, onder meer vanwege de (traditionele) visie op Nederland en het Koninklijk Huis en mede als reflectie van de toenmalige economische situatie in Italië.



Vertaling


"Gracieuse Majesteit,

Met de vage formule "men verneemt", die altijd in het journalisme van de hele wereld wordt gebruikt wanneer men niet de moed heeft om op een direkte manier een onaangename zaak te verklaren, hebben de bladen van de aanstaande Kerstmis aan de Italianen bericht gegeven van een mooie gedachte die Londen vannacht heeft gehad: zij zal aan Italië drie eenheden van zijn lichte vloot vragen "om er een geschenk van te maken aan Nederland als compensatie voor de medewerking verleend aan de Engelse vloot.
U draagt, Majesteit, een der laatste kronen, die nog stevig rust op Uw eerbaar hoofd. De huidige geschiedenis spreekt weinig over U: slechts wanneer U afgetreden was zouden de kranten al Uwe bezigheden als Koningin zonder kroon vermeld hebben.
De Italianen houden van Uw land en respecteren het. Niet alleen om dat het aan de verzamelaars de laatste prentbriefkaarten met windmolen - van steen daar we van de levende reeds een groot aantal bezitten! - en meisjes met kante capjes biedt, maar omdat ze de kwaliteiten van Uw werkzaam, bescheiden en taai volk kennen, welk meter de meter de grond aan de Oceaan heeft ontworsteld, dat in de eeuwen stand heeft gehouden aan de verzamelde vloten van Frankrijk, Engeland en Spanje, dat met zijn koloniaal Keizerrijk alle oude damen van vier continenten met koffie en cacao voorziet, dat ten slotte de milde tulp cultiveert en vereert, in plaats van de waterscheerling en de brandnetel die zo verspreid zijn tussen het vriendelijke latijnse bloed ...
Hoeveel moeite ook de nationale strijdzuchtige personen hebben gedaan om incidenten te voorschein te roepen op de kruispunten der geschiedenis, is het niemand ooit gelukt iets te vinden dat de italianen van Uw land kan scheiden; er is genoeg plaats onder de zon voor de Hollandse kaas en voor de strijkkaas van Melzo. (stracchino).
Maar er komt bij de Italianen de bedeesde hoop op - en wie zouden willen aanmoedigen - dat U dit Kerstmis geschenk zal weigeren, al was het ook om een gevaarlijk principe te vermijden. Daar sedert de verre dag dat Eva, vrezende als oude vrijster te eindigen, een Adam de eerste huwelijks appel aanboodt, is het altijd gebruik van de mensheid geweest geen geschenken te geven met andersmans geld.
Wanneer de kleine geschenken, gracieuse Majesteit, de vriendschap onderhouden, moet men zich overtuigen van de herkomst.
Wanneer een van ons op de openbare weg een man op de grond gevallen zou zien, die aan de vinger de laatste ring van een verloren vermogen draagt, zou men er niet aan denken om hem te vragen de ring uit te trekken, om deze dan met een buiging en een lachje aan de mevrouw van de drogist die ons "met de kaarten begunstigd heeft" aan te bieden.
Wij weten dat we een overwonnen land zijn. Ze zeggen het ons iedere dag, net of we het niet goed genoeg weten; vele leden van de Constituante van alle partijen en het is al veel wanneer niemand heeft voorgesteld om in de nationale vlag het embleem van een schop in te brengen.
In ieder geval hebt U, gracieuse Majesteit, niet op een direkte wijze meegedaan om ons te schoppen, en geen schaduw van wrok blijft tussen Uw blonden, zwijgende en massiefe onderdanen die uit porselein pijpen roken zoveel als ze willen en deze kleine, magere en nerveuse Italianen die, als oorlogsstraf, de "buitenlanders" sigaretten, gefabriceerd te Rivarolo of Belgirate, voor millionnairs prijzen moeten betalen.
Laat U weten, Majesteit, aan deze grote humorist die Mijnheer Bevin is, hoeveel aangenamer het U zou zijn - in plaats aan het Italiaans volk enige bootjes bestemd voor zijn visserij af te nemen - eenvoudig van de Britse Kroon een foto te ontvangen, eventueel met opdracht van de Home Fleet ...
Een dergelijk gebaar zou U, gracieuse Majesteit, in Italië populair maken. En iedereen in deze tijden heeft vrienden nodig, zowel de Vorsten in hermelijnen kleed als de Presidenten van Republiek die Koningen in nachthemd zijn.
Wanneer U het geschenk zoudt aannemen, zou het geschapen precedent onrustbarend worden.
Slechts in een oude comedie van de Flers en Caillevet deelt lachend een spotachtige gast van een huis onder de andere gasten de sigarettenkokers, de sigaren en fondants verzameld van de tafel uit:"Mon Dieu pour ce que celà coute".
Het zou morgen iemand in het hoofd kunnen komen, hopen we van niet, om ons Francesco Nitti te vragen voor de beelden van was voor het Museum Grevin of Palmiro Togliatti voor de Staats discotheek van Soviet-rusland. Nu zijn we zo arm, Gracieuse Majesteit, zo arm dat we wensen dat weinig wat we samen geraapt hebben van de puinen van het ineen gestort huis te houden. Wij zijn bereid "cash" de schaden te betalen waarvan de overwinnaars ons de nota hebben voorgelegd, maar wij zouden willen dat ze niet over de kleren van de dode beschikken zonder de familie te waarschuwen.
Enige van onze schepen zullen aan Frankrijk over gaan, die, zoals bekend, altijd overwinnaar was; anderen zullen aan Joegoslavië worden gegeven, die zoals eveneens bekend, een machtige maritieme mogendheid is welke vroeger of later slechts op haar de eer zal nemen in dat verre en vergeten 1919 Oostenrijk overwonnen te hebben, Heel juist. De Mexicanen zeggen: wanneer een stier neergevallen is trekken hem zelfs de mieren bij de start.[sic; staart]
Maar U regeert, Majesteit, over een eerlijk en sterk Land. Wijst U het geschenk af dat Engeland, bedacht op eigen spaarzaamheid, aan U Kerstboom zou willen hangen. Doet U het als een teken van medebegrip en vriendschap tegenover ons gevallen volk, die zich opnieuw aan het werk heeft gezet met bloedende handen, om samen te werken aan de wederopbouw van een Europa waar de rechtvaardigheid, de vrijheid en de vrede niet slechts figuren zijn ban [sic; van] de "Panettone Motta" maar ideen die met en bloed gerealiseerd zijn.
Een groot figuur van Uw ras, Willem van Oranje genaamd de Zwijger liet geschreven dat het niet nodig is te hopen om te geloven noch te overwinnen om te volharden.
Laat ons geloven dat volharden in het werk ten minste voldoende is om ons vrij te stellen van de deelneming aan de "Cena delle Beffe" gedekt op onze kosten in het restaurant der Geschiedenis."

Nawoord

Het stuk was ondertekend door ene Kronos. In weerwil van de ophef in de krant te Genua, bleek de vlootaangelegenheid in de romeinse pers voor de ambassade gelukkig nauwelijks of geen aandacht te trekken. Er was kortom sprake van een storm in een glas water.
Maar het leverde in elk geval een bijzonder stukje proza op naast een fraai inkijkje in de Italiaans-Nederlandse betrekkingen anno 1947 en het beeld van Nederland in het buitenland!


Verklarende woordenlijst
Home Fleet = Royal Navy
Bevin = Ernest Bevin; Labour-politicus en tevens minister van Buitenlandse Zaken


Bron: Nationaal Archief, Gezantschap Rome [2.05.289]

zondag 19 december 2010

Cableleaks (2): openbaarheid vs. transparantie

De verwikkelingen rond Cableleaks zijn zodanig dat ze op sommige sites al worden gemeten in dagen net alsof het hier om een heuse crisis gaat, zoals enige tijd terug met de kredietcrisis ('dag 69') het geval was, of bijvoorbeeld ten tijde van menige coalitieonderhandeling ('dag 100', in België dan). Ook heeft het inmiddels tot een heuse internetoorlog geleid inclusief zogeheten internetbommen. Supporters van Julian Assange vielen websites aan van organisaties of bedrijven die hun steun juist terugtrokken na de ontstane ophef; een nieuwe vorm van hackersactivisme, uit wier gelederen Assange zelf immers ook afkomstig is.

Tussenstand en eerste lessen

Na Afghanistan en Irak nu dus onthullingen over de internationale (Amerikaanse) diplomatie. En in principe is al bekend dat de bankensector het volgende doelwit wordt. In vergelijking tot eerder gaat het vrijgeven van de informatie dit keer wel tergend langzaam: tot nog toe minder dan 1 %.
Een andere les is bovendien dat sommige gegevens (namen e.d.) in bepaalde gevallen worden afgeschermd. De grootste kritiek op Wikileaks was tot dusver dat de vrijgave van gevoelige informatie in potentie levens kon kostten.
De voorspelde crisis in de internationale diplomatie lijkt eveneens uitgebleven vanwege de ruime vooraankondiging; het verrassingseffect is daarmee onderhand weg. Assange maakt daarnaast tevens bewust gebruik van de 'ouderwetse' journalistiek om de informatie van context te voorzien, iets waarvoor zijn organisatie geen tijd heeft. Tot veel meer dan sensationele koppen leidt dat overigens meestal niet, in plaats van een gedegen analyse van de internationale diplomatie. In de telegrammen zelf worden de relevante passages als hapklare brokken dan ook 'highlighted' weergegeven.
De oproep aan Volkskrant-lezers om zelf aan de slag te gaan levert ondertussen weinig (nieuws) op. The Guardian deed precies het omgekeerde en vraagt de lezers wat zij willen weten.

Concurrentie datajournalistiek

Dit nieuwe activisme, met vooral een roep om meer transparantie, leidde eveneens tot de eerste afsplitsing. Ontevreden oud-medewerkers van Wikileaks begonnen Openleaks uit protest tegen het feit dat Wikileaks geen documenten meer aanneemt: daar hanteert men inmiddels een eigen agenda.

http://www.openleaks.org/

Ook zijn er diverse klonen ontstaan o.a. voor Rusland, de Balkan en Indonesië; een verder teken van succes. In Indonesië ging het al gauw over de coup van 1965. Oud-EU-medewerkers en journalisten begonnen Brusselsleaks. En vice-voorzitter van de SP te Breda, Michel Spekkers, begon een persoonlijk initiatief (met daarin tegelijk een oproep voor elke stad en land dit te volgen, waaraan hijzelf direct gevolg gaf).

http://www.balkanleaks.eu/home.html
http://brusselsleaks.com/
http://www.indoleaks.org/

http://www.michelspekkers.nl/open-breda/
http://opennu.nl/

Weblog Sargasso opende eind november het Dutch Open Data Lab om de datajournalistiek in Nederland op een hoger niveau te brengen.

http://www.dodlab.nl/

En als reactie op de grootschalige bezuinigingen en gedwongen ontslagen bij het Ministerie van Defensie gaat de militaire vakbond AFMP klachten verzamelen en publiceren over 'wantoestanden'.

Transparantie: open overheidsdata

Velen zien een en ander als een doorbraak in of zelfs het openbreken van de traditionele verhouding overheid-burger: richting meer transparantie als het om verschaffing van overheidsinformatie gaat. Initiatieven schieten als paddestoelen uit de grond. Er zullen de komende jaren meer en meer gegevens openbaar worden als het gaat om publieke dienstverlening: het vergelijken van schoolprestaties, de gezondheidszorg, ziekenhuizen etc. Lees een pleidooi hiertoe van twee medewerkers van TNO en eerder ook van internetjournalist Alexander Klöpping.

http://88.159.8.164/openeindhoven/wp-content/uploads/2010/11/NH-Zet-meer-overheidsgegevens-in-een-databank.pdf

http://www.nrcnext.nl/blog/2010/07/27/wanneer-kunnen-we-nu-eens-aan-de-gang-met-overheidsdata/

Als we Nederland op dit punt met bijvoorbeeld Engeland vergelijken dan lopen wij beslist (jaren) achter. Zo vroeg de Engelse regering recent de burgers ideëen te leveren voor de bezuinigingen en laat zij omgekeerd zien waar het belastinggeld aan besteed wordt.

http://www.bbc.co.uk/news/uk-politics-11792894

Rol archivarissen?

In hoeverre moeten archivarissen nu een mening hebben over Wikileaks of zich er zorgen om maken? Zijn zij wachtpost of sluitpost als het om verstrekking van informatie gaat? Als archivarissen worden wij beroepshalve geacht te pleiten voor openbaarheid. Wij staan namelijk achter de rechtzoekende burger - een min of meer door onszelf bedachte term - en die wil zoveel mogelijk openheid van zaken.
Behalve dat hiervoor inmiddels nieuwe communicatiekanalen zijn aangeboord, bedient de traditionele media hen op dit gebied ruimschoots. Het aan de kaak stellen van de overheid is meer iets voor de Ombudsman en programma's als Kassa of voorheen Ook dat nog. Presentatoren als Willibrord Frequin of 'Breekijzer' Pieter Storms zijn er in een verder verleden groot mee geworden.
Zouden wij ons als beroepsgroep bijvoorbeeld niet meer zorgen moeten gaan maken om bescherming van de privacy, met inmiddels zoveel technische mogelijkheden tot aantasting ervan? De digitale techniek - centrale opslag van data in e-Depots, gedeeld zorgdragerschap, authenticiteit van documenten, etc. - heeft hoe dan ook de realiteit dusdanig achterhaald dat een nieuwe, alomvattende Informatiewet (eerder mislukt eind jaren negentig) slechts een kwestie van tijd lijkt; de Archiefwet 1995 is zo bezien slechts een stopmiddel gebleken.

Van open naar gesloten systemen: internetcensuur

Terwijl het de techniek is die de schaal van Wikileaks en concurrenten mogelijk maakt en een belangrijke drijfveer vormt naar meer transparantie, zal het tevens dezelfde techniek zijn die wordt gebruikt om deze ontwikkeling tegen te gaan. In Amerika wordt reeds gewerkt aan een verscherpt veiligheidsregime na alle onthullingen. Lees het artikel Keeping Secrets Wikisafe uit de New York Times over recente tegenmaatregelen. Al eerder bleek het delen van (geheime) informatie te hebben geleid tot een dreigend informatieinfarct.

Pogingen tot ouderwetse censuur ('het scherm op zwart') werken eigenlijk alleen nog in enkele landen. De internet-vrijheid blokkeren is dan ook geen optie. De geschiedenis van (tele)communicatie leert echter dat de onherroepelijke ontwikkeling er eentje is van open systemen naar gesloten systemen. Beheersing van het netwerk leidt onherroepelijk tot monopolievorming, met de helpende hand overigens vaak van de overheid. Lees een recensie van een nieuw boek hierover:



Nawoord d.d. 27 december 2010

In de week volgend op dit blog werden diverse aanverwante zaken bekend. Michel Spekkers is, evenals Julian Assange, niet geheel brandschoon:

http://www.volkskrant.nl/vk/nl/3884/WikiLeaks/article/detail/1079803/2010/12/21/Ook-oprichter-Nederlandse-WikiLeaks-niet-onomstreden.dhtml

De Ombudsman deed in de NRC van zaterdag 18 december een belangwekkende oproep tot meer openbaarheid namens de overheid:

http://digitaleeditie.nrc.nl/NH/2010/11/20101218___/2_10/NRC_20101218_1_022_article3.pdf

Over de mate van controle door de overheid op internet en de mogelijkheden tot censuur. zie:

http://www.depers.nl/buitenland/533377/Internetcensuur-wordt-de-norm.html

En, ondertussen in afwachting van zijn rechtszaak, verblijft het echte lek Bradley Manning eenzaam op cel:

http://www.depers.nl/buitenland/533887/Opsluiting-voor-het-echte-lek.html

woensdag 15 december 2010

Doodssprong (4): Waterloo Bridge en Brooklyn Bridge

Het fenomeen brugspringen moet zo oud zijn als het bestaan van bruggen zelf. In zijn boek over de rivier de Thames te Londen uit 2007 haalt auteur Peter Ackroyd enkele opmerkelijke voorbeelden aan van votiefoffers en clustering van dergelijke archeologische vondsten juist bij bruggen. Behalve objecten, gaat het bijvoorbeeld tevens om ca. 300 schedels (speciaal onthoofd, dus bij wijze van ritueel) die vanaf bruggen in het water zijn gegooid.

Springplatform

Hoewel de bestemming altijd het donkere stromende water was, bij wijze van transportmiddel van het leven naar de dood, waren bruggen tevens het ideale springplatform. Het grote belang van bruggen en hun ceremoniële functie in vroeger tijden kan verder onderstreept worden met het feit dat er vaak kapellen op werden gebouwd.

Waterloo Bridge

Mensen wierpen zich vaak ook zonder meer in het water vanaf de kant, al dan niet verzwaard met stenen in hun zakken. Daarnaast konden veel mensen vroeger ook niet zwemmen.
De industriële explosie die plaats vond in Londen in de 19e eeuw leidde tot een grote toename van het aantal zelfmoorden. In het bijzonder Waterloo Bridge kreeg in dat opzicht een bedenkelijke reputatie.



Na de opening van deze brug in 1817 stond het achtereenvolgens bekend als 'Lover's Leap', 'Arch of Suicide', 'Bridge of Sighs' of 'Bridge of Sorrow'. In het midden van de 19e eeuw wierpen gemiddeld zo'n 30 mensen per jaar zich van de brug. Later stationeerde men er zelfs een speciaal bootje ('Jumpers boat') om de lichamen weer mee te helpen op te vissen. Het was overigens een bekend gegeven dat de zelfmoordenaars hun redders uit wanhoop nogal eens mee de diepte in trokken. Ook andere bruggen als Blackfriars Bridge genoten een zekere reputatie.

In het Victoriaanse tijdperk werd in kunst en literatuur veel aandacht besteed aan gevallen van zelfmoord, vooral die van jonge vrouwen (dat sprak kennelijk het meest tot de verbeelding), met qua afbeeldingen subgenres als drijvende vrouwen (bv. Ophelia) of springende vrouwen. Een bekend schilderij is dat van G.F. Watts getiteld Found drowned uit c. 1848-50.



De stroming van het water betekende dat dode lichamen vaak op bepaalde vaste plekken aan land weer aanspoelden en uit de rivier werden gehaald. De rivierpolitie in Wapping, zo'n verzamelpunt, heeft dan ook een apart dodenregister of zogeheten 'Occurrence Book' voor de registratie van opgeviste lichamen. Die worden gefotografeerd, naar het mortuarium gebracht en eventueel op gemeenschapskosten begraven. De kleding wordt langere tijd bewaard uit het oogpunt van identificatie.



Brooklyn Bridge

De moeder aller (moderne) bruggen ligt in New York: de fameuze en machtige Brooklyn Bridge. Niet voor niets verwees Aad van Welzenes in zijn speech voor Lou Vlasblom in januari 1932 naar deze brug en de diverse (mislukte) sprongen.



De brug werd in 1883 voltooid en was tot 1903 de langste hangbrug ter wereld. Nog voor de officiële opening probeerde Ronald Donaldson tot driemaal toe naar beneden te springen maar hij werd telkens verhinderd.
Op 19 mei 1885 was de eerste brugspringer een feit: Robert E. Odlum. Hij was een zwemleraar en sprong in een soort rood kostuum met zijn initialen R.O.E. erop, met een arm in de lucht en de ander hangend langs zijn lichaam.



De sprong was tevens aangekondigd; Odlum liet een vriend te hard over de brug rijden om de aandacht af te leiden. Odlum werd nog levend uit het water gevist, maar overleed korte tijd later aan inwendig letsel.

Bill Brodie

De bekendste springer werd echter Bill Brodie (1861-1901) ruim een jaar later op 23 juli 1886; hij overleefde namelijk de sprong. Evenals zijn latere Rotterdamse collega's oefende hij door eerst van lagere bruggen en scheepsmasten af te springen. Opvallend genoeg sprong ook hij met de voeten voorwaarts naar beneden (geen klassieke duik dus). Waarschijnlijk deed hij het voor een weddenschap van 200 dollar.
De sprong staat echter niet onomstotelijk vast; wel werd hij gearresteerd in het water. Brodie - 'kampioen-brugduiker' - maakte handig gebruik van zijn faam en opende later een saloon in de Bowery. Sindsdien zou zijn doodssprong ook wel bekend worden als 'doing a Brodie', oftewel een flamboyante daad stellen of iets gevaarlijks doen (of zelfmoord plegen). De Amerikaanse brugspringers lieten zich op hun beurt inspireren door springers te Niagara Falls.

Navolgers

Beide heren trokken veel aandacht in de pers en dit trok navolgers. De eerste geregistreerde zelfmoord dateert van 1892. De ontwikkelingen van het brugspringen laten waarschijnlijk telkens eenzelfde verschuiving van motieven zien: van pure waaghalzerij naar zelfmoord.
Geschat wordt dat jaarlijks zo'n 150 mensen, waarvan het overgrote deel mannen zijn, proberen te springen van Brooklyn Bridge. Hoewel er hogere bruggen zijn in New York om vanaf te springen, heeft de brug daarmee een geheel eigen aantrekkingskracht. De laatste jaren staat de brug vooral weer bekend vanwege mensen die hun zelfmoordpoging overleven.

Film

In 1996 verscheen de romantische komedie "If Lucy Fell'. Scenario: Lucy (Sarah Jessica Parker) en haar beste vriend Joe hebben jaren geleden afgesproken samen van de Brooklyn Bridge te springen als ze voor hun dertigste nog geen vaste relatie hebben.



Nawoord d.d. 19-09-2013
Kleine wijzigingen aangebracht in de opmaak plus toevoeging paragraaf film "If Lucy Fell".

woensdag 8 december 2010

Historische data hebben de toekomst!

Het was, is - en blijft? - een ongemakkelijk huwelijk: historici en hun omgang met (elektronische) data of gegevens. Het knaagt ook aan de kern van de vraag in hoeverre geschiedenis eigenlijk wel een wetenschap is.
Toch lijkt er een duidelijk waarneembare trend dat juist data - en speciaal nieuwe technieken voor verwerking ervan, zoals bv. het georefereren - de geesteswetenschappen c.q. letteren een nieuwe impuls kunnen geven. Lees een uitgebreid artikel uit de New York Times over de zonnige toekomst van de 'digital humanities':

http://www.nytimes.com/2010/11/17/arts/17digital.html?hp

Wat ooit begon als historische computerkunde (toen ik nog op de universiteit zat), met ondersteuning van het hulpvak statistiek, en later de relationele databases is allang achterhaald. Zelf heb ik ten behoeve van mijn dissertatie prosopografisch onderzoek gedaan oftewel het in kaart brengen van een groepsnetwerk, overigens nog zonder gebruikmaking van de computer. Bekijk een fraai voorbeeld van hoe technologie netwerkonderzoek tegenwoordig letterlijk in kaart brengt:



Bekijk het project "Electronic Enlightenment" nader of lees een achtergrondartikel over de werking ervan.

DANS

Het kwantificeren van gegevens is natuurlijk al veel langer een bezigheid van historici, met name op sociaal-economisch terrein. Het zogeheten Nederlands Historisch Data Archief (met historische datasets) werd opgericht in 1989. Na enkele jaren van onzekerheid omtrent het voortbestaan ervan, is dit uiteindelijk ondergebracht in DANS.

http://www.dans.knaw.nl/

http://www.dans.knaw.nl/content/data-archief/datacollecties-dans/historische-wetenschappen

Digitalisering

Digitalisering lijkt juist bijzonder geschikt voor grote eenvormige bestanden als kranten, boeken, foto's etc; overwegend historische data dus. Archieven in de zin van documenten blijven hier tot nog toe helaas bij achter, deels vanwege hun vaak unieker karakter maar wellicht ook wegens de wet van de remmende voorsprong (microfiches). Of is er niet ook sprake van een wezenlijk gebrek aan durf om te kiezen?
Archieven zouden zich, in de informatiestrijd tussen de diverse erfgoedinstellingen, moeten gaan afvragen of zij niet sneller meer zouden moeten laten digitaliseren in plaats van de plukjes aan bestanden nu. De bestaande digitalisering is daarnaast vrijwel volledig gericht op het bedienen van de genealogen, een voorspelbare maar tegelijk erg behoudende strategie.
Het bijzondere van al die data is dat ze hoe dan ook gebruikt gaan worden door andere mensen dan verwacht (de professionele onderzoekers). De uitkomsten zullen dus ook deels onverwachts zijn.
Met oude data nieuwe dingen doen is, kortom, eigenlijk een hele spannende uitdaging. Zelf heb ik inmiddels ook al ondervonden dat het associatief zoeken via internet (googelen) verrassende uitkomsten met zich meebrengt.

maandag 6 december 2010

De blauwe brief

Tijdens mijn nieuwsjacht inzake de nationale herdenking voor verkeersslachtoffers door Juliana (zie mijn blog over bezinning) bleek het opgevraagde dossier nog iets heel anders te bevatten.
Als historicus ben je altijd in eerste instantie geneigd snel naar de inhoud oftewel de informatie van een document te kijken en niet naar de vorm; de macht der gewoonte. Een bevriend onderzoeker (en volleerd archivaris, die zijn sporen op dat vlak ruimschoots heeft verdiend) wees mij echter nog op iets bijzonders: ik had een zogenaamde blauwe brief voor mij liggen!



Wat is een blauwe brief eigenlijk precies? In de eerste plaats precies dat: een brief gemaakt van blauw briefpapier. Alleen is in dit geval de blauwe kleur na een halve eeuw behoorlijk vervaagd, dat moet gezegd. De hierboven geboden reproductie doet de naam dan ook nauwelijks eer aan. Daarom, ter vergelijking, een meer standaard brief (weliswaar van de particuliere secretarie van prinses Wilhelmina) op standaard wit papier aan de rechterkant:




Zogeheten blauwe brieven werden door bewindslieden gebruikt voor een meer persoonlijke boodschap: dus buiten de officiële, ambtelijke correspondentie om. In feite is het een privé-brief van de minister.
De bijzonderheden zitten hier in kleine, archivistische details. Een officiële brief namens een ministerie zou bijvoorbeeld een ander brievenhoofd hebben gehad plus ook allerlei registratuurkenmerken: een onderwerpsaanduiding ('Betreft:'), agendanummer etc.
Wie bijvoorbeeld aan de blauwe brief voelt - archiefonderzoek is in de pré-digitale fase ook nog altijd een tastbare aangelegenheid - voelt allereerst de betere kwaliteit van het briefpapier: een dikkere gramsoort. Het kroontje in het brievenhoofd is er ook duidelijk ingedrukt; je voelt de markering. Let ook op het aparte logo: Minister van Verkeer en Waterstaat i.p.v. Ministerie.



Op zoek gaan naar een blauwe brief, zoveel werd mij al gauw duidelijk, is zoiets als zoeken naar een speld in een hooiberg. Als je er naar op zoek gaat zul je hem waarschijnlijk nooit ofte nimmer vinden. Nergens zal ook een verwijzing ernaar in een inventaris staan wegens de praktische onmogelijkheid van een ontsluiting op stuksniveau. Een kwestie van puur toeval dus.
Kortom al met al echt een bijzondere vondst, ook al zie je dit er eigenlijk niet aan af: het lijkt tenslotte op het eerste gezicht een gewone brief net als vele anderen. Hoewel ook belangrijk vanwege de inhoud, ging het dit keer dus echter vooral om de vorm van het document.
Onwetend (archiefopleidingen bieden dit soort praktische kennis niet) had ik daarmee zo ongeveer de Holy Grail van elke archivaris te pakken. Hier telt dan ook vooral de vrucht of wijsheid der jaren. Met speciale dank daarom aan Ton Kappelhof.

zondag 5 december 2010

De macht van het woord

Afgelopen week werd er in twee verschillende documentaires hetzelfde boek aangehaald, The Power of Positive Thinking, van Norman Vincent Peale en dat zet een mens toch al gauw aan het denken. De ene docu ging over onroerendgoed-magnaat Donald Trump; de ander over het achtervolgen van de Amerikaanse droom in de 20e eeuw.
Peale (1898-1993) begon zijn carrière als predikant bij de methodisten maar stapte al gauw over op de Reformed Church en werd pastor van de Marble Collegiate Church te Manhattan. Hier in New York begon hij naast de kerk tevens een psycho-therapeutische kliniek samen met een psychoanalist.



Het boek verscheen in 1952 en is sindsdien ca. 5 miljoen maal over de toonbank gegaan, ook al doen daar wat conflicterende cijfers de ronde over. In zekere zin ligt het boek daarmee aan de wieg van de hele industrie der latere zelfhulp-boeken, waar in de Verenigde Staten miljarden in omgaan. 'Empowerment' of zelfrespect is zodoende een sleutelwoord geworden in de Amerikaanse geschiedenis, zeker in de tweede helft van de 20e eeuw. Beluister Peale over en uit zijn boek:




Uiteraard is het boek niet zonder criticasters: Peale was namelijk ook helemaal geen beroepspsychiater. Zoals altijd met kwesties van geloof, in dit geval in jezelf, moet je erin geloven; de bewijskracht is flinterdun. Peale gebruikte daarom bekende technieken van zelfhypnose of autosuggestie.
Het zakenleven legde in ieder geval graag zijn oren bij hem te luister. Het gevolg van deze positieve denkkracht was tenslotte een uitstraling van optimisme en succes, een van de pijlers van de Amerikaanse droom. Toepasselijk genoeg verscheen er ook een boek over hem getiteld God's Salesman.


Of het boek ook een echte aanrader is durf ik eigenlijk niet te zeggen; zelf heb ik het in ieder (nog) niet gelezen en twijfel daar ook sterk aan. Ik sta meestal wat wantrouwend tegenover dit soort boodschappen en boodschappers van indoctrinatie. Ik geloof liever in de onafhankelijkheid van de geest. Maar wie iets over Amerika in de 20e eeuw wil leren kan, naast de Bijbel, bijna niet om dit boek heen.

maandag 29 november 2010

Onthullingen van diplomaten (4): Cableleaks (1)

Gelukkig heb ik al eerder geblogd over de klokkenluiderswebsite Wikileaks en de origine van openbaarheid (zie mijn blog Onthullingen 3) dus hoef ik mij niet schuldig te voelen om het deze keer wat meer over de achtergronden te hebben. De inhoud is inmiddels via de media genoegzaam bekend en zal de komende tijd nog wel voortduren, ook al is de afhankelijkheid van de Libische leider Ghadaffi van een verpleegster die omschreven wordt als een 'voluptuous blonde' wel erg zinneprikkelend (waar blijft de foto?).

Codetelegrammen

Interessant zijn ditmaal enkele bredere, deels ook archivistische achtergronden. Allereerst de bron: cables. Het gaat hier in goed Nederlands om zogeheten codetelegrammen, oftewel een gecodeerde telegram. Helaas wordt in diverse ter zake doende inventarissen nergens ingegaan op nadere aspecten van deze bron. Ook archiefterminologiën (of de Archiefwiki) bieden hier geen soelaas. Daarom een korte, eerste poging tot uitleg.
De basis van de 19e eeuwse telegrafie, als opvolger van de optische telegrafie, is codering via morsecode of morseseinen waarmee een bericht met behulp van elektriciteit via een kabel wordt verstuurd. Bij een codetelegram is de tekst samengesteld uit woorden, de context waarvan geen begrijpelijke betekenis heeft. De letters hebben een andere betekenis die in principe alleen aan afzender en ontvanger bekend is: de verzender (telegrafist) begrijpt er zogezegd niets van. Vanaf 1934 waren volgens internationale afspraken alleen nog vijfletter combinaties toegestaan; daarvoor tienlettercode.
Aan een (code)telegram wordt verder meestal nog een bepaalde prioriteit of classificatie meegegeven: vertrouwelijk, geheim, bijzonder geheim etc. Dit hangt vooral samen met wie geautoriseerd is om het te lezen. De huidige interpretatie is, blijkens de diverse berichtgeving, vooral die van interne memo: een niet-officieel stuk dus.

Een (code)telegram is dus vooral een modern communicatiemiddel, inmiddels deels achterhaald door fax en e-mail. Vanwege de snelle overzending van het ene einde van de wereld naar het andere was de elektrische telegrafie met name geschikt voor de buitenlandse diplomatieke dienst en of koloniale rijken.
Ook de Nederlandse diplomatieke dienst werkte in de loop van de 20e eeuw in toenemende mate zo, ter opvolging van de zogeheten mailrapporten. In het programma Nieuwsuur onthulde een oud-diplomaat alvast dat onze codetelegrammen niet een vergelijkbare openheid van zaken geven; in het Nederlandse diplomatieke verkeer heerst een heel andere cultuur (vergelijk mijn eerdere blog Onthullingen van diplomaten).

Het naoorlogse 'Codearchief' van het Ministerie van Buitenlandse Zaken geldt als een van de meer belangrijke, recente aanwinsten van het Nationaal Archief waarin dit soort telegrammen ook bewaard zijn gebleven. Het woord 'code' staat hier overigens voor onderwerpscode, een eigen bedacht ordeningsstelsel. Helaas wordt in de inventarissen verder niet ingegaan op de onderlinge relatie tussen de diverse typen bronnen en de preciese werking van het achterliggende diplomatieke (post)verkeer, waardoor we over codetelegrammen nog immer niets wijzer worden.

Archiveringssystemen en openbaarheid

De huidige praktijk van archiveringssystemen toont vooral het grote verschil tussen een papieren en een digitale wereld. Daniel Ellsberg was in de jaren zestig weken bezig met het handmatig kopiëren van de Pentagon Papers (zie mijn blog The Most Dangerous Man in America). Nu gaat het om een simpele druk op de knop en overzetting op opslagmedia als een cd-rom of usb-stick. De 22-jarige Amerikaanse militair Bradley Manning, die verdacht wordt de huidige bron of informant te zijn, deed alsof ie naar Lady Gaga luisterde terwijl hij ondertussen onnoemelijk veel data aan geheime informatie overzette op een digitaal opslagmedium.
Een en ander toont wederom aan dat er te veel mensen toegang hebben tot dit soort systemen en dat de beveiliging van informatie daarom veel ernstiger moet worden genomen. Dit is eveneens een recente conclusie inzake de Amerikaanse veiligheidsdiensten in hun jacht op terreurnetwerken (zie mijn eerdere blog Onthullingen 1). Het Witte Huis heeft al aangekondigd maatregelen te zullen nemen.

Web 2.0

Interessant is tevens het gebruik maken van 'crowd sourcing' door de redactie van de Volkskrant, die hiertoe een oproep plaatsten op hun website zondagavond. Het publiek wordt wegens gebrek aan eigen medewerkers gevraagd de massa aan documenten te doorzoeken op interessante nieuwsitems. Een fraai voorbeeld van Web 2.0.
Wikileaks heeft volgens hun gebruikelijke tactiek een aantal grotere krantenconcerns vantevoren inzage gegeven in de documenten die hier ook tientallen redacteuren op kunnen zetten. Volg het nieuws daarom onder meer op:

http://www.guardian.co.uk/world/interactive/2010/nov/28/us-embassy-cables-wikileaks

Nederland

Stelt Nederland nog wat voor in de wereld van de internationale diplomatie? In ieder geval staan op de overzichtskaart van The Guardian inzake 'Cableleanks' 3.021 telegrammen vanuit Den Haag aangekondigd; dat belooft dus nog wat. Achter de foeilelijke facade van het gebouw van de Amerikaanse ambassade op het Lange Voorhout (waarvan overwogen wordt dit tot rijksmonument te verklaren en waar mogelijk een luxe club wordt gevestigd) is in ieder hard gewerkt de afgelopen jaren.



En op het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken zitten ondertussen enkele medewerkers waakzaam over de schermen gebogen voor het geval dat, zo verklaarde minister Rosenthal.

Het grootste nieuws met betrekking tot Nederland zelf tot nog toe is de openbaring over het recent nog aanwezig zijn van kernwapens op vliegbasis Volkel, al jaren een publiek geheim. Medio oktober was al bekend geworden dat er ten tijde van de Cubacrisis (1962) 50 kernwapens gestationeerd waren. Bekijk een reportage van Omroep Brabant met een interview met de schrijver van het boek Flirten met de dood Steve Netto.



Diplomatieke crisis

In de diplomatie moeten bepaalde kanalen nu eenmaal geheim blijven; vertrouwelijkheid is juist een van de uitgangspunten ervan. Minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton rept dan ook van 'illegale openbaarmaking van informatie' en strafmaatregelen zijn aangekondigd. Tegelijk worden de 'cables' afgedaan als interne communicatie (vertrouwelijke informatie dus); oprechte persoonlijke meningen van medewerkers, maar geen officiële standpunten van de Amerikaanse regering, bewindspersonen, ministeries of ambassades.
Hoe dan ook, vooruitlopend op de onthullingen zijn de Amerikanen al sinds het weekeinde actief om de schade zoveel mogelijk te beperken.

vrijdag 26 november 2010

Doodssprong (3): de Willemsbrugspringer ontmaskerd!

Dankzij een oplettende lezer is nu ook de naam van de allereerste recordhouder springen of duiken te Rotterdam bekend. Het is dezelfde man als degene die later van de Willemsbrug afsprong: Aad van Welzenes. Bovendien zijn er nu ook meer details voorhanden over diens tweede sprong op Koninginnedag.

Summary

Aad van Welzenes was a sporting figure of some accomplishment in the city of Rotterdam. In the summer of 1932 he jumped or dived from the main railway bridge crossing the river Meuse, a sensational feat. Later he became a succesfull international match referee.


Aad van Welzenes, sportman

Aad van Welzenes moet een bijzonder sportieve man zijn geweest. Hij begon zijn carrière als voetballer (oud-speler van VOC en rechtsbuiten van Xerxes) en eindigde later als internationale topscheidsrechter. Daarnaast was hij tevens een goed zwemmer.
Alfred Emil van Welzenes werd geboren op 16 januari 1900 als onecht kind van Sietse Tjeerd Hubertus van Welzenes en Maria den Hartog. Hij en zijn één jaar jongere broertje Emil Alfred werden pas in 1903 erkend, toen hij drieëneenhalf jaar oud was en hun ouders in de zomer alsnog in het huwelijk traden. Zijn broer overleed op 14-jarige leeftijd in 1916.
Zijn vader was van Pruissische oorsprong en geboren te Emmerik in 1873. De bruid, Maria den Hartog, was negen jaar jonger. Getuige namens de bruidegom was zijn grootmoeder Margaretha Catharina van Welzenes, die notabene bijna een jaar later op 70-jarige leeftijd in 1904 zelf hertrouwde met de 59-jarige Theodorus Lieskamp. Dit na het eerdere overlijden van haar man Sietse Tjeerd Hubertus de Vries. In 1916 was zij nog immer in leven en ditmaal getuige van het huwelijk van haar zoon Tjeerd Sietse met Alberta Maria Antonetta van der Ven. In 1924, op 90-jarige leeftijd, overleed zij als weduwe binnen een jaar na het overlijden van haar tweede man.
Het jaar daarop, in 1925, trouwde haar kleinzoon met Johanna Beije; de bruid was vier jaar jonger dan de toen 25-jarige Aad.

Aad van Welzenes: 'de sensatieduiker'

Van Welzenes' pardoese sprong van de leuning aan de westzijde van de Willemsbrug vond ergens plaats in de derde week van augustus 1932. Dit was in de eerste plaats een test voor hemzelf. Hij liep namelijk rond met de gedachte om het Nederlandse hoogterecord duiken, dat op 18 meter stond, te verbeteren. Dit record werd gehouden door iemand in Utrecht. Overigens werd hij in eerste instantie vooral beloond met een proces-verbaal namens de politie.
Van Welzenes trainde zichzelf daarnaast onder andere door van de voorplechten van schepen af te springen, waaronder de recent in de vaart genomen Statendam (1924) en het vrachtschip de Drechtdijk (1921), beide schepen van de Holland-Amerika Lijn; op zich al een aardige stunt. Bij de s.s. "Statendam" (het derde schip van die naam, en degene ook die in 1940 uitbrandde) bedroeg de hoogte toch al gauw zo'n 17 meter.


[De Statendam aan de Wilhelminakade voor het hoofdgebouw van de Holland Amerika Lijn]

De claim in de Oud-Rotterdammer (2009) dat hij vrijwel onvoorbereid sprong kan dus naar het rijk der fabelen worden verwezen. Later verklaarde hij dat hij 'vaak over de Maasbruggen liep en de verleiding er bij wijze van stunt vanaf te springen moeilijk [kon] weerstaan. Het moest en zou gebeuren.'

De sprong op Koninginnedag: 31 augustus 1932

Zo gezegd, zo gedaan. De boog van de spoorbrug over de Maas had een hoogte van 27 meter bij laag water. Oorspronkelijk stond de sprong voor zondag 28 augustus gepland, maar om diverse redenen zag hij hiervan toch af. Op woensdagmorgen 31 augustus zou het dan toch gaan gebeuren. Hoewel in stilte voorbereid vanwege de autoriteiten, had hij pers en film ingelicht: alleen zijn vrouw wist van niets. Dit laatste verklaarde hij althans pas veel later, want volgens de krant de Vaderlander was zij wel degelijk een van de weinige ingewijden.


[De Maasbruggen in Rotterdam; rechts de Willemsbrug en links de spoorbrug: mei 1929. Fotocollectie Elsevier, Nationaal Archief]


Om tien over half negen liep hij haastig de brug op en liep naar het midden van de brug langs de sporen. Het was druk op dat moment op de Willemsbrug maar slechts weinigen besteedden aandacht aan hem. Even verdween hij achter een pijler om een spoortrein te laten passeren. Daarna klauterde hij naar boven, ogenschijnlijk zonder zenuwen of enige moeite, langs de wijde sporten der ijzeren, schuin opstaande schoorbinten. Gekleed in een witte wollen trui en dito broek en schoenen stond hij enige tijd bovenop, op het hoogste punt van de smalle boog.
Het was nu wachten op de boot die hem zou komen oppikken uit het water maar deze kwam maar niet. Vervolgens ging hij zitten met de benen bungelend over de rand en rookte hij een sigaretje. Op de voetbrug was het publiek inmiddels aan het samendrommen en dreigde het verkeer te stagneren, waardoor de politie ruim baan moest maken. Ook het rijwielpad aan de Oostzijde van de Maasbrug raakte verstopt. Ondertussen begon het publiek hem aan te sporen: "Spring nou, als je durft."

Aangezien de verwachte boot wegbleef, wachtte hij op enig moment niet langer. Hij ging staan en zette een zwemkap op (waarschijnlijk was dit een motorkap), die hij onder zijn kin bevestigde. Hij ging staan en spreidde de armen zijwaarts. Juist op dat moment verscheen een motorboot van de Oude Hoofd die groot gevaar opleverde. Door middel van gefluit en gejoel wisten de toeschouwers hem tijdig hierop opmerkzaam te maken.
Enkele minuten later was het dan toch zover. Hij keek nog eens naar beneden en zette af. Voor de sprong speelde maar een gedachte door zijn hoofd, zei hij later: of hij zijn portemonnee wel goed had opgeborgen!
Het was een sierlijke duik. Ongeveer 15 meter zweefde hij met uitgespreide armen. Toen boog hij langzaam het hoofd en daarna het lichaam met de armen naar voren. Met een fraaie plons kwam de sprong ten einde. Slechts korte tijd later kwam hij weer boven water waarna het publiek begon te applaudiseren en hoera te roepen. Met forse slagen zwom hij in de richting van het Prinsenhoofd, maar even voorbij de brug werd hij alsnog opgepikt door een passerende sleepboot.

'De snelste scheidsrechter van Nederland'

Eenmaal aan wal stond hij kalm de pers te woord. De hoogte was hem tegengevallen, dat wel; het leek meer op een afgrond. Daarmee verklaarde hij zijn recordspringerij voor afgesloten. De Sumatra Post alludeerde desondanks reeds op de zoektocht naar een nog hoger punt: inderdaad, de hefbrug over de Koningshaven.
Van Welzenes zou zijn sportieve carrière vervolgen als (internationaal) topscheidsrechter: begonnen in 1929, ging hij door tot na de oorlog in 1947. Sommige van de sportverslagen gingen evenzeer over hem als de wedstrijd. 'De snelste scheidsrechter van Nederland' 'die dartelde voor eigen volk als een lam, dat voor het eerst de wei in mag'.
In het seizoen 1940-1941 speelde hij een opmerkelijke rol in de slotwedstrijd van de eerste westelijke klasse tussen ADO Den Haag en DHC. De Delftse club scoorde in de laatste minuut van de verlenging 2-1, maar Van Welzenes keurde het doelpunt af omdat de speeltijd voorbij was (ook al verzuimde hij hiervoor te fluiten). De replay een week later werd door ADO met 3-1 gewonnen.
Activiteit (snelheid) en sportiviteit waren de sleutelwoorden van zijn optreden in het veld. Over die sportiviteit deden talrijke sterke verhalen de ronde: Van Welzenes was mogelijk ook iets van een fantast. Verhalen over werkzaamheden in de Engelse competitie na de oorlog waren dan ook iets te onwerkelijk.
Ook anderszins hield hij ervan de regie nemen: in 1940 bijvoorbeeld bij een revue van Xerxes. Maar tevens was hij reisbegeleider bij sportreizen namens de Nederlandse Reisvereeniging, onder andere naar het wereldkampioenschap Voetbal in Italië in 1932 of gewone Cup-reizen naar Wembley. Voor, tijdens of na de oorlog was hij mogelijk ook verbonden aan De Spil aan de Dordtsestraatweg als organisator.

Slot: 28 seconden van wereldfaam

Het wachten is nu eigenlijk alleen nog op een gisse actie van het Gemeentearchief te Rotterdam om de beelden bewaard op het Instituut voor Media en Geluid te Hilversum zogezegd 'op te duiken', aan de wereld te tonen en Aad van Welzenes zijn plaats in de (sport)geschiedenis van de Maasstad terug te geven!

Bronnen:
- Het Vaderland 02-09-1932.
- De Sumatra Post 24-09-1932.
- De Oud Rotterdammer 04-08-2009.
- Digitale Stamboom, Gemeentearchief Rotterdam.

Aanbevolen literatuur
Richard van Rooijen, Een eeuw fluiten (Zeist 1992).


Gerelateerde blogs:
Doodssprong 1: 1912
Doodssprong 2: springers of duikers te Rotterdam?

dinsdag 23 november 2010

Juliana wilde vlaggen half stok voor verkeersdoden


Afgelopen weekend (zondag 21 november) vond voor de 15e keer de jaarlijkse nationale herdenking van verkeersslachtoffers plaats in Apeldoorn. Het idee achter deze herdenking is al minstens een halve eeuw oud en kent een opmerkelijke voorgeschiedenis. Ik had hier al langer geleden (in het kader van mijn onderzoek naar de Nederlandse vlag) stukken over gevonden, alleen was het verhaal daarmee nog niet helemaal rond. Met de recente openbaring van het archief van Veilig Verkeer Nederland, ondergebracht bij het Nationaal Archief, kwamen de laatste details vrij. Aan de hand van mijn bevindingen verscheen tevens een algemeen stuk in de pers. Daarom hier het volledige verhaal.

Eerste aanzet herdenking door Wilhelmina

Prinses Wilhelmina vroeg in het najaar van 1958 aan de voorzitter van het Nederlands Verbond voor Veilig Verkeer (de voorganger van VVN) om ‘het in acht nemen van een ogenblik stilte tot ernstige bezinning.’ Zij deed deze oproep mede vanwege het recente ongeluk in augustus van dat jaar met het K.L.M. toestel “Hugo de Groot”. Hierbij vielen maar liefst 99 doden, waarvoor o.a. één minuut stilte was gehouden (mogelijk een noviteit in de Nederlandse geschiedenis bij publieke herdenkingen). Dit was het grootste vliegtuigongeluk tot dan toe in de Nederlandse geschiedenis. De oorzaak ervan is altijd onopgehelderd gebleven. Lees meer hierover:

http://www.aviacrash.nl/paginas/hugo%20de%20groot.htm

‘Het aantal slachtoffers van het verkeer, dat dagelijks dodelijk getroffen, of voor het verdere leven verminkt wordt, is helaas veel groter’, zo schreef Wilhelmina tevens bij die gelegenheid.
Al in 1955 besteedde zij voor het eerst aandacht aan dit thema in een radiorede met als motto "Hebt eerbied voor het leven". Onveiligheid op de weg werd na een aanloop van enkele jaren dat jaar gebombardeerd tot volksvijand nummer één. Kamerleden vroegen er aandacht voor en spraken daarbij hun erkentelijkheid uit voor Wilhelmina en Juliana als wegbereiders. Het Verbond zelf sprak in zijn jaarverslag van 1956 voor het eerst van een nationale ramp die het Nederlandse volk bedreigt.
Opvoeding van de weggebruikers werd in eerste instantie als de weg vooruit gezien. Het probleem werd deels veroorzaakt door de moeilijkheid der niet-gemotoriseerde weggebruikers zich aan te passen. Die mening werd overigens niet door iedereen gedeeld. "De verkeersonveiligheid is in al haar barbaarsheid teruggekeerd", zo meldde de Nederlandse Vereniging tot Bescherming van Voetgangers in maart 1959. Op de wegen moest daarom meer accommodatie komen voor voetgangers en fietsers.


[Staatje met verdubbeling van het aantal verkeersslachtoffers tussen 1950-1959]


In het najaar van 1959 vroeg prinses Wilhelmina de organisatie opnieuw om op haar jaarlijkse vergadering ‘voor de overweging van een jaarlijks aan te wijzen dag van rouw en bezinning teneinde hen allen [verkeersslachtoffers] te gedenken.’ Haar oproep werd ditmaal tevens ondersteund door een speciale boodschap van koningin Juliana. In een telegram benadrukte zij dat er hier sprake was van een sluipende ramp waardoor weliswaar de ontzetting niet zo groot was als bij een collectief gebeuren, zoals de Watersnoodramp, maar de gevolgen toch zeer ernstig waren.
'Bij deze aldoor en voortgaande vernieling van leven en levensgeluk past ons, dunkt ook mij, niet alleen het nemen van alle mogelijke maatregelen ter beveiliging van het verkeer, maar ook het gemeenschappelijk herdenken met warmte en met eerbied van hen, die tengevolge van het verkeer heengingen of die daardoor een groot leed kregen te dragen.'

Plannen van Juliana

De koningin had inmiddels zo haar eigen ideëen ontwikkeld hieromtrent, ongetwijfeld in overleg met haar moeder. In het najaar van 1959 verzocht zij minister Korthals van Verkeer en Waterstaat 'of het wenselijk ware ter herdenking van de vele slachtoffers van het wegverkeer jaarlijks op een bepaalde dag een stilte in acht te nemen van enkele ogenblikken, gedurende welke alle verkeer zou worden stilgelegd.' Daarop volgde er een onderling gesprek.
Het ministerie van Verkeer en Waterstaat meldde begin december 1959 aan de algemene oproep namens het Koninklijk Huis, zoals voorgelezen op het jaardiner van de Algemene Vergadering van het Verbond te Nijmegen, tegemoet te willen komen. Minister Korthals verklaarde het veiliger maken van het verkeer als een van zijn voornaamste taken te beschouwen van zijn ambtsperiode. Met het Verbond zou worden overlegd ‘teneinde te zoeken naar een passende vorm, waarin het denkbeeld van een jaarlijkse bezinning op de onveiligheid van het verkeer en een herdenking van de slachtoffers daarvan gestalte kan worden gegeven.’ De weggebruiker moest worden geleerd hoe de weg te gebruiken; daartoe zal echter nog een lange en moeizame weg moeten worden afgelegd, zo verklaarde de minister.

Nadere uitwerking plannen

In het voorjaar van 1960 presenteerde minister Korthals de plannen aan het Kabinet. Gedacht werd onder meer aan een jaarlijkse herdenkingsdag in de eerste helft van oktober, samenvallend met de congresdag van het Verbond. Op die dag zou Hare Majesteit tevens een rede kunnen houden uitgezonden door radio en televisie. Kerkgenootschappen zouden op de voorafgaande zondag eveneens aparte aandacht kunnen schenken aan het thema. Een andere mogelijkheid was om de vlag halfstok te laten hangen van openbare gebouwen of bijzondere scholen op de herdenkingsdag of een gedeelte daarvan. Ook op scholen zou aan de herdenking speciale aandacht kunnen worden gegeven. Van de oorspronkelijke gedachte van Juliana om het verkeer stil te leggen, was men inmiddels geheel afgestapt: waarschijnlijk omdat dit praktisch niet uitvoerbaar was.
De kwestie werd in het voorjaar van 1960 op 6 mei als 10e punt (‘Herdenking slachtoffers van het verkeer’) behandeld in de Ministerraad. Er werd geen besluit genomen. Wel vond men het punt van het halfstok hangen van de vlag in ieder geval ongepast. Voorafgaand aan de vergadering, bleek dat men zowel bij de ministeries van Verkeer en Waterstaat als bij Binnenlandse Zaken tevens minder gelukkig was met het idee van het in acht nemen van een moment stilte. Dat zou te zeer afbreuk doen aan de betekenis van de stilte die inmiddels bij de Dodenherdenking in acht werd genomen. Zo zat het ritueel van de ene herdenking het ontwerp van een andere inmiddels min of meer in de weg - in ieder geval volgens de zienswijze van het kabinet.
Na onderling overleg werd medio juni 1960 het definitieve plan van de herdenkingsdag vastgesteld; de uitwerking werd verder gedelegeerd aan het Verbond. Volgens de wensen van het Koninklijk Huis ging de gedachte vooral uit naar een jaarlijkse dag van rouw en bezinning. Het ministerie van Binnenlandse Zaken sprak daarom ook van een ‘bezinningsdag verkeersslachtoffers’. In het najaar van 1960 ontvingen provincies en gemeenten een circulaire van de minister van Binnenlandse Zaken over de noodzakelijke gegevens en het verzoek om medewerking te verlenen aan het Verbond bij de uitvoering van zijn plannen.

Bemoeienissen Koninklijk Huis

Wie zich wellicht verbaasd over de inzet van diverse leden van het Koninklijk Huis voor deze kwestie, moet allereerst bedenken dat het aantal verkeersdoden toen erg hoog lag: jaarlijks enige duizenden doden (tegen zo'n 700 nu). Na het ‘rampjaar’ van 1953, werd paradoxaal genoeg in 1960 een nieuw dieptepunt bereikt qua aantal doden. De campagne kwam dus geen moment te vroeg.
Dat jaar zag een absolute stijging van het dodencijfer met 182 slachtoffers, tegen de statistisch gemiddeld jaarlijkse stijging met 100 doden: in totaal 1900 doden en meer dan 48.000 ernstig- en lichtgewonden. Het was duidelijk een groeiend maatschappelijk issue; sommigen spraken zelfs van een nationale ramp en anderen in de Kamer, zoals de A.R.P. afgevaardigde dr. E.P. Verkerk, van een nationale schande. En met name Juliana had in maatschappelijk opzicht vrij uitgesproken meningen. Juist ook het appèl op een morele bezinning, hoe onpraktisch misschien ook, is typerend voor haar stijl van leiderschap.

Dat daarnaast juist de kwestie van verkeersveiligheid het Koninlijk Huis zo bijzonder bezighield is al evenmin verwonderlijk. Het Koninklijk Huis was namelijk al vroeg betrokken bij de organisatie voor een veilig(er) verkeer in Nederland; Z.K.H. de Prins der Nederlanden was sinds 1938 zelfs de beschermheer ervan. Niet geheel toevallig, want in het jaar ervoor was prins Bernard aan de dood ontsnapt bij een auto-ongeluk te Diemen toen een vrachtwagen van een talud afreed de weg op en tegen de auto van Bernard botste. De Ford waarin de prins reed raakte zwaar beschadigd.
Het zou overigens niet zijn laatste ongeluk zijn; de prins hield nu eenmaal van snelle auto's. Maar ook andere leden van het Koninklijk Huis beleefden later meer of minder ernstige auto-ongelukken. En tot voor kort gaf Pieter van Vollenhoven zijn 'prinselijk' bestaan mede invulling met het voorzitterschap van de Onderzoeksraad voor Veiligheid en de diverse voorgangers.

Uitvoering plannen

Op de jaarlijkse congresdag van het Verbond op 11 en 12 oktober 1960 te Groningen werden de plannen nader ontvouwd, met het accent duidelijk op de bezinning. Koningin Juliana hield een speciale radioboodschap op 12 oktober die ’s avonds om acht uur tevens voor de televisie werd herhaald; er kwam een gratis affiche ter verspreiding (25.000 zogeheten bezinningsaffiches, onder meer in alle Hervormde kerken, kazernes en politiebureau’s); een speciale editie (‘bezinningsnummer’) van het gezinsblad “Wegwijs” (200.000 exemplaren, met name bedoeld voor het bedrijfsleven en uit te reiken op 12 oktober), en een jongerenkrant getiteld “Veilig Uit”. Reeds op zondag 9 oktober besteedden de kerken ruimschoots aandacht aan de vigerende boodschap. Het Leids Dagblad plaatste aan de vooravond onder de kop "Een zaak van leven en dood" een redactioneel met o.a. een confronterende foto van een autowrak.
Volgens de verkeersredacteur was het helaas zo 'dat vele mensen in het verkeer van beschaafde, wellevende burgers in agressieve, haatdragende individuen veranderen, die vòòr alles op hun rechten staan.' Ook de media besteedden op televisie in diverse programma’s speciale aandacht aan het thema van een veilig(er) verkeer.



In haar rede ging Juliana dieper in op het aangedane leed en het zich laten verleiden tot onsportief gedrag op de weg {'zoals bv. een weliswaar heerlijk gevoel van snelheid te hebben'}, waar ten onrechte op snelheidsrecords werd gejaagd, en het gevaar van zelfoverschatting. Daar tegenover plaatste zij een visie van sportief gedrag, mede als uiting van een bepaald beschavingsniveau, waar met elkaar (en elkanders tekortkomingen) rekening werd gehouden. Naast rechten, waren er ook plichten. De rede werd als volgt afgesloten:

Ken jezelf,
ken je auto
kijk uit naar de ander
want ik ben mijn broeders hoeder

Jaren zestig

In daaropvolgende jaren zou telkens een van de ministers de ‘Nationale Bezinning op de Verkeersonveiligheid’ in oktober met een korte radiotoespraak inleidden. In 1961 was het bijvoorbeeld de beurt aan minister-president De Quay. Dat jaar verscheen tevens een bijzondere publicatie getiteld De fatale seconde.
Toevallig (?!) bleek ik dit boekwerkje enige tijd geleden al eens te hebben gekocht. Ik was vooral getroffen door de foto's als voorbeeld van crime scenes, in combinatie met de al dan niet verzonnen verhaallijnen achter de foto's die de harde boodschap van dood en verderf extra moesten thuisbrengen.



In 1963 was de slagzin "Gij zult niet doden", net als het tiende gebod. Een jaar later waarschuwde premier Marijnen voor een veldslag op de wegen. Uitvoering van het programma bleef aan het Verbond in opdracht van de regering. Vanwege de nog steeds toenemende verkeersonveiligheid door de almaar stijgende mobiliteit en groeiend autobezit, nam het thema ook zeker niet in belang af. De oplossing werd steeds meer in de wetenschappelijke hoek gezocht, o.a. oprichting van de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid.
De maatschappelijke explosie van de problematiek lag duidelijk in de tweede helft van de jaren vijftig en de eerste helft van de jaren zestig. Volgens de KNAC was 'verkeersonveiligheid nog steeds een der grootste problemen' in 1960. Het probleem werd vaak in één zin vergeleken met de toenmalige heersende woningnood.
Het was vooral ook een grote steden probleem. De problematiek van de verkeersonveiligheid leverde tevens een nieuw woord op: brokkenmaker.
In 1967 werden bijna 3.000 mensen (2855) in het verkeer gedood. CHU-kamerlid Tilanus sprak van een epidemie die dagelijks 6 à 7 doden en meer dan 100 gewonden eist. Twee jaar later werd zelfs van een pandemie gesproken. In 1968 werd de eerste Nationale Verkeersweek gehouden bij wijze van speciale aandachtsactie.
Gedurende de jaren zestig werden leden van het Koninklijk Huis nog diverse malen gevraagd om een bijdrage te leveren aan de herdenking: prinses Beatrix voor een radioboodschap in 1966 en prins Claus voor de opening van de actieweek in 1968.

Het is vooralsnog onduidelijk hoe het precies met de bezinningsdag is afgelopen in de jaren zeventig. Opvallend genoeg is Pieter van Vollenhoven initiatiefnemer geweest tot oprichting van Fonds Slachtofferhulp in 1989, die mede de jaarlijkse Nationale herdenking op de derde zondag in november voor de verkeersslachtoffers financieren. In die zin is er dus wel degelijk sprake van enige continuïteit.

Geringe impact

Ik moet toegeven: bovenstaand nieuws had niet de impact die ik verwacht had. Dit heeft in de eerste plaats te maken met het min of meer 'op slot' zitten (registratie vereist) van de website van het Nederlands Dagblad.
Timing, ook altijd cruciaal bij nieuws (in dit geval in het weekend), zal mede een rol hebben gespeeld. Andere persdiensten bleken in elk geval weinig of geen interesse te hebben, behalve notabene enkele royaltyblogs!
Maar ik vermoed tevens nog iets heel anders. Historisch nieuws over Juliana is eigenlijk helemaal geen nieuws, tenzij Bernard er op een of andere manier bij is betrokken. Haar leven wordt inmiddels geheel in het licht van zijn bestaan geplaatst, een opmerkelijke historische ontwikkeling en tevens anomalie die revisie behoeft. De 'radicale prinses' (een mooie titel overigens voor een toekomstige biografie) verdient een beter lot.

Bronnen
Archief Ministerie van Binnenlandse Zaken, afdeling Binnenlands Bestuur.
Archief notulen van de Ministerraad.
Archief Verbond voor Veilig Verkeer.
Kranten Regionaal Archief Leiden.